home bouwencyclopedie

disclaimer / , cookies, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


plint, stootlijst, voetplaat, voetlijst

 

plint

1. Een plint is een lage stootlijst of beschermlijst onderlangs een muur of wand, zowel binnen als buiten toegepast; bv. in natuursteen, hout, mdf, kunststof of soms in aluminium, beton of composiet, bevestigd aan de onderzijde van de muur.
Doel van de plint is de onvolmaakte aansluiting tussen muur en vloer te verbergen en de onderrand van de muur te beschermen tegen stoten en tegen vuil worden bij het schoonmaken van de vloer. 
Binnenshuis was de plint vroeger van natuursteen of eiken, later van geverfd vurenhout, tegenwoordig vaak van hardhout of soms kunststof. In natte ruimten ook wel van een speciale aantrekkelijke tegel of bij kunststofgietsystemen (foto rechts) van hetzelfde kunststof materiaal. 
Aan de buitenzijde van het huis wordt de plint meestal uitgevoerd in natuursteen, beton of composiet. Deze gevelplint wordt bv. toegepast bij buitengevels die afgewerkt zijn met pleisterwerk, om het stucwerk te beschermen tegen vuil van opspattende regen. Ook komen wel gevelplinten in pleisterwerk voor.
Een plint met ruimte voor bedrading wordt een plintgoot genoemd. Plintgoten zijn meestal in kunststof of aluminium uitgevoerd.

 

 voor bedrading

"overplint"

 iets anders

 

rvs plint composiet buitenshuis met verlichting


De betekenis van het woord plint (strook langs de onderkant van een wand) is in het Vroegnieuwnederlands (1500-1700) een "stenen basement van een grafmonument", in het Nieuwnederlands (vanaf 1700) ook "lambrisering", "rechtopstaande houten lat langs een wand". Het woord plint is ontleend aan het Franse plinthe (houten strook langs een wand; horizontale band langs de muur van een gebouw; stenen basement van een zuil of beeld), dat in die laatste betekenis via het Latijnse plinthus (basement of abacus van een zuil) ontleend is aan het Griekse plinthos (rechthoekige steen, basement van een zuil), dat waarschijnlijk een leenwoord is uit een voor-Griekse taal. Bron Etymologiebank.

Afbeeldingen InstalcenterWonderboard, Becopanel, Futurehome, Doe meer met verlichting, Holonite.
Zie o.m. MooiePlinten.
Verg. neut, profiel, trasraam.
Eng. aan onderzijde van een wand: skirting, skirting board, baseboard (Am.), washboard (Am.); van een gevel: plinth, plinth course; plinten vastzetten is to fix/attach skirting boards; terugwijkeden plint is recessed skirting board; in de plint weggewerkt is concealed in the skirting board; plintgoot is skirting trunking, baseboard trunking (Am.)


2. Plint is in de architectuur ook de benaming voor de beganegrond van een gebouw, mits deze duidelijk verschilt van de overige verdiepingen.
Voorbeeld: 

"Woonfuncties en lichte bedrijvigheid in de plint van de flats in plaats van garages en bergingen. Doel van deze maatregel was om de levendigheid en sociale controle op de begane grond rondom de flat te vergroten en de anonimiteit te doorbreken." (Platform31 Kei-centrum).



Verg. basis, krepidoma, pui.
Eng. (begane grondverdieping) ground floor; plint van een gebouwencomplex is ground floor of the building complex


3. Ook het lijstwerk aan de onderzijde van bijvoorbeeld een kast wordt wel een plint genoemd.
Eng. base


4. Ook: voetplaat. De plint is het onderste deel van het basement van een zuil; bron Bouwkundige termen van Haslinghuis en Janse.
Eng. plinth