home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


pleisterlaag, pleisterwerk, stuc, stucwerk

 

pleisterlaag, pleisterwerk, pleister

1. Stucmethode. Een pleisterlaag is een dunne laag specie (mortel) van kalk of gips, soms met cement, vaak met zand, die vlak op muur, gewelf of plafond wordt aangebracht. Pleisterwerk is meestal een gladde wand- en plafondafwerking zonder naden die geschikt is als ondergrond om te behangen of te sauzen. Doordat het product niet egaal opdroogt, is (bijna) altijd een nabehandeling vereist.
De pleister is slechts enkele millimeters tot enkele centimeters dik, afhankelijk van de methode waarop gepleisterd wordt.
Vroeger werd ook wel gepleisterd met klei gemengd met hooi waarover een laag Doornikse kalk werd gestreken.
Stucwerkop basis van gips is over het algemeen fijner van structuur dan stucwerk op basis van kalk; met dat gipspleister kunnen fijnere details worden gemaakt.

Doel van de pleisterlaag is meestal de oneffen onderlaag te egaliseren (wegwerken van naden of scheuren in plafond of muur, ook bij v-naden van gipsplaten; glad maken van beschadigde muren of oud (sier)pleister), soms met bijkomend voordeel van minder gevoelig maken voor intreden van water (tadelakt).

Bij restauratiewerk wordt onderscheid gemaakt tussen stuc (of stucwerk) en pleisterwerk:
- stuc of stucwerk is "decoratieve en geornamenteerde afwerklagen op wanden, plafonds e.d."
- pleisterwerk is "vlakke lagen op gevels en binnenmuren".

Voorbeelden van pleisterwerk en stucwerk (en een paar muurafwerkingen die er op lijken, maar geen kalk en gips bevatten):
- barokpleister
- betonemaille (geen echte pleisterlaag)
- betonstuc (beton ciré)
- blauw pleisterwerk
- cementeren (geen echte pleisterlaag)
- dekorputz
- granol
- granietpleister
- kalei (zeer dunne pleisterlaag)
- kamwerk
- keimen (geen echte pleiterlaag)
- Keuls plafond
- krabpleister
- kristal-cement-graniet (geen echte pleisterlaag)
- leemstuc
- marmerpleister 
- metalicpleister 
- parelpleister
- rotspleister
- roughcast
- rustiekputz (tussen granol en spachtelputz in)
- scagliola
- schuurwerk
- sgraffito
- sierpleister
- spachtelputz
- spack (spackspuitwerk)
- stucco lustro
- stucmarmer (marmerstuc)
- tadelakt
- trasraam (geen echte pleisterlaag)
- en bijvoorbeeld fresco, secco

Verder zijn er ook akoestische pleisters.

De pleisterlaag is de voorlaatste fase van de opbouw van stucwerk (pleisterwerk):
- constructieve ondergrond
- pleisterdrager (de constructieve ondergrond kan pleisterdrager zijn)
- eventueel een spritslaag
- eventueel een raaplaag
- pleisterlaag
- afwerklaag; bijvoorbeeld witten, sauzen, behangen.

Tussen de spritslaag en de raaplaag kan eventueel een vertinlaag worden aangebracht.
Een pleisterlaag zeer glad afwerken wordt glitten genoemd.



Documentatie
- Basispleister (van Knauf)

- Ondergronden en toepassingen voor basis- en sierpleisters (waaronder verschillende soorten pleisterwerk, van Knauf)

- Stucwerk t.b.v. restauraties: van schade tot bestek (stucwerk o.m. opbouw, samenstelling, schade-atlas, restauratiebestek, bestekteksten; van Stucgilde, Bedrijfschap Afbouw e.a.)

- NBD Pleistermaterialen

- Weer een strakke, gladde muur maken met Stucpasta en Renoband (van Knauf; Renoband kan zelfs zeer kleine krasjes glad afwerken)

- Platform Gevelisolatie  

- Conservering en restauratie van historische stucplafonds (van Cultureel Erfgoed)


Afbouwers en stukadoors o.m. te vinden op 

- Nederlandse Ondernemersvereniging van Afbouwers NOA (ledenoverzicht)

- Stucgilde


Het woord pleister is ontleend, al dan niet via het Oudfranse plastre (kalkmengsel, ca. 1165, Nieuwfrans plātre), aan het Laatlatijnse plastrum, plaustrum (kalkmengsel, pleisterzalf), verkorte vorm van het klassiek Latijnse emplastrum (pleisterzalf), dat ontleend is aan het Griekse emplastron (pleisterzalf), een afleiding van emplassein (smeren op, modelleren), gevormd uit en- (op), en plassein (smeren, modelleren); bron Etymologiebank.

Afbeelding Ed Swiebel stukadoor Den Haag/Rotterdam.

Zie eventueel afkorrelen, glitten, grisaille, guide, kleefgips, meslaag, opus, spritsen, vakwerk, wenkbrauw.

Eng. pleisterwerk: plasterwork; glad pleisterwerk: smooth plasterwork; pleisterkalk: plaster, parget; mengsel van fijn marmer en gips: stucco; pleisteren: to plaster, to parget; berapen: to render; egaal gepleisterde wand: smooth plastered wall; pleistering: plastering; pleisterkalk: plaster; pleisterlaag: plaster coat; deklaag van beraping: finishing coat; pleisterwerk voor decoratie: stucco; het pleisterwerk is enigszins verspocht: the plasterwork shows some damp patches;
stukadoren is to plaster


2. Ook: gevelbepleistering. Gevelbepleistering is een type gevelbekleding: de pleisterlaag wordt aan de buitenzijde van het gebouw aangebracht. 

    
gevelpleisterwerk,
voorbereiding
gevelpleisterwerk,
aanbrengen


   
gevelpleisterwerk,
gladstrijken met de rei
gevelpleisterwerk,
handmatig afwerken



Documentatie
- Stucwerk t.b.v. restauraties: van schade tot bestek (Stucgilde)

Met dank aan Knaepen gevelbepleistering en Stucgilde. Veel soorten gevelsanering, pleisters enz. op Renofort.

Zie eventueel Platform gevelisolatie, blokbepleistering, cementeren, gevelrenovatie, gibbs-surround, trasraam.

Eng. op buitenmuur: rendering coat, stucco coat, exterior rendering