Plastische
vervorming is de vervorming die optreedt bij uitwendige belasting van een
materiaal (voorwerp) indien na verwijderen van de belasting dat materiaal niet
weer
in zijn oorspronkelijke vorm terugkeert maar permanent vervormd is. Deze
vervorming is dus onomkeerbaar; dit in tegenstelling met elastische
vervorming waarbij het materiaal na opheffen van de belasting weer terugkeert in de
oorspronkelijke vorm.
Een duidelijk voorbeeld waarbij plastische vervorming optreedt, is lood.
Voorbij een bepaalde waarde van de belasting (trek- of drukkrachten) is sprake van plastische vervorming van het materiaal.
Deze kritische waarde is de vloeigrens of elasticiteitsgrens.
Voorbij deze grens is de vervorming blijvend. In de grafiek onder loopt het plastische
gebied van punt P (het einde van het de vloeigrens) tot breuk.
Beton vervormt vanaf een bepaalde (grote) belasting plastisch: bij opheffen van
de belasting is de vorming voor een deel blijvend. Bij toenemen van de belasting
zal de elastische vervorming (geleidelijk) overgaan in een plastische
vervorming.
Ook in het asfalt van wegverhardingen zijn er trek- en drukspanningen. Als die
spanningen te groot worden,treedt plastische vervorming op en wordt het asfalt
"uit elkaar getrokken".
Vooral bij metalen neemt de plastische vervorming toe bij hoge temperatuur
(brand).
Soms wordt van "plastische vervorming" nuttig gebruikgemaakt, bv. bij
een felsnaad die in de gebogen vorm moet
blijven en bij een klinknagel.
Het woord plastisch is afkomstig van het Latijne plasticus (vormbaar),
dat ontleend is aan het Griekse plastikos (vormbaar), een afleiding van plassein
(vormen, kneden); bron Etymologiebank.