home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


nis

 

nis

Een nis is een holte uitgespaard in een wand. De nis fungeert als ruimte om een beeld, urn of kaars o.d. in te plaatsen. Daartoe heeft de nis meestal een vlakke onderkant, een soort "inwendige vensterbank". Nissen kunnen verschillende vormen hebben, bijvoorbeeld als rechthoekige uitsparing of in de vorm van een rondboog of spitsboog of schulpvormig (zoals de binnenzijde van een schelp). Soms steken de randen de nis wat uit ten opzichte van de muur, als een soort schilderijlijst.

De Romeinen pasten de nis al toe. In kerken kwamen veel nissen voor om de beelden goed uit te laten komen. 
In woningen werd vroeger de nis toegepast als redelijk veilige plaats om, vaak tijdelijk, een blaker (lage kandelaar met een handgreepje) te plaatsen als lichtbron. Dit wordt een blakernis genoemd.
Soms wordt een hoge nis bij een open haard toegepast om het haardhout in te leggen.
Een blinde nis of blindnis is een nis die slechts in schijn aanwezig is.


nis met christusbeeld (mexicanwave):


klein nisje in de buitengevel, leuven (foto joostdevree):


grote nis in een kerk:


columbarium (met nissen voor urnen, virual community for teaching and learning the clasincs):


nis in ruwe steen, met flessen:


rechthoekige nis in hedendaags interieur (foto joostdevree):


twee gelijke nissen (gevelsteen van hans 't mannetje):


nis in een badkamer (contractortalk):


Het woord nis is ontleend aan het Middelfranse niche (holle ruimte in een muur, ca. 1400). Waarschijnlijk is het Franse woord niche een afleiding van het werkwoord nicher (een nest bouwen, ca. 1150), ontwikkeld uit het vulgair Latijnse nidicare (nest), van het het Latijnse nidus (nest). De afleiding uit het Italiaanse nicchio (schelp) is onwaarschijnlijk omdat dat woord pas in de 16e eeuw is verschenen. Bron Etymologiebank.

Eng. niche, alcove, recess