home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

advertenties:


living building

 

living building, living building concept

Het traditionele bouwproces bij opdrachtgeverschap laat zich voor de klant zeer kort samengevat vaak omschrijven als:
- de klant (opdrachtgever) bepaalt wat de specificaties zijn
- de architect geeft een voorstel voor de vorm van het gebouw
- de aannemer bouwt het huis volgens de specificaties van de opdrachtgever
- het bouwen zelf is door de vele disciplines en mogelijkheden aan materialen e.d. vaak een zeer complex geheel, ook organisatorisch
- fouten in de uitvoering zijn vaak alleen maar nadelig voor de klant omdat deze immers de opdracht verstrekt heeft
- na oplevering is er meestal wel de gebruikelijke garantietermijn maar herstel is een complexe en langlopende zaak (partijen wijzen naar elkaar, juridisch getouwtrek, failliete bouwers)
- aanpassingen tijdens de levensduur van het gebouw brengen zeer veel extra werk mee waar in de opzet van het gebouw geen rekening mee is gehouden.

Gebrek aan vertrouwen, geen oog voor toekomstige wensen
Regelmatig is er in de bouw wederzijds wantrouwen tussen opdrachtgever (klant) en opdrachtnemer (bouwer), vooral bij grotere projecten en als er scherp aangenomen is vanwege de concurrentie. Deze situatie eist dichtgetimmerde contracten, waarin geen plek is voor bijvoorbeeld innovatie en overleg, soms zelfs niet voor normale communicatie tussen de bouwpartijen.
Het standpunt van de opdrachtgever om een gebouw voor een zo laag mogelijke prijs te laten bouwen, is hierbij een belangrijke factor: veel opdrachtgevers willen voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, ongeacht de gevolgen voor het gebouw (en ongeacht de gevolgen voor de bouwer). Het wederzijds wantrouwen wordt dus niet alleen veroorzaakt door de brutale bouwwereld maar wordt ook ingegeven door de calculerende klant
Elk gebouw wordt op deze manier ook een uniek werk waarbij steeds weer dezelfde problemen opduiken. En er wordt geen rekening gehouden met toekomstige wensen van gebruikers. "Niet alleen regelgeving, technologie en omgeving verandert maar vooral de eisen en wensen van de eindgebruikers." 

Een poging het gebouw als "levend" te beschouwen, er is meer dan alleen het neerzetten van een bouwwerk 
"Het Living Building Concept (LBC) is door prof. dr. ir. Hennes de Ridder, directeur aan het Kenniscentrum Bouwprocesinnovatie TU Delft, ontwikkeld en heeft de volgende kenmerken:
- elk gebouw kent een flexibele en te optimaliseren generator van kosten en baten
voorbeelden: kosten voor ontwerp en bouw, onderhoud, renovatie e.d.; baten uit het benutten van het gebouw
- optimalisatie van het rendement over de hele levenscyclus van een gebouw; 
voorbeelden: kosten gemaakt voor materialen die langer meegaan, langdurige energiebesparing e.d. maar ook een flexibele indeling ivm. toekomstige eisen
- overgang van projectmanagement naar continue procesmanagement
voorbeelden: het ontwerpen en neerzetten van een gebouw zelf is een project, met het oog op de levenscyclus van een gebouw is die fase een onderdeel van een proces ipv. een project; inspelen op toekomstige wensen: verandering van functie of vergroting/verkleining van de ruimte moet eenvoudig mogelijk zijn en behoren bij het benuttingsproces van het gebouw, doorrekenen kosten in de toekomst; aspect: conceptueel bouwen heeft de voorkeur, mede i.v.m. de langlopende relatie is wederzijds vertrouwen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer een vereiste
- volledige transparantie in ontwikkeling van kosten en baten voor en door alle partijen
voorbeelden: juist vanwege het accent op de levenscyclus van een gebouw moet duidelijk zij wat de gevolgen zijn van de keuzemogelijkheden van ontwerpen, bouwmethoden en materialen (werkelijke duurzaamheid), vertrouwen tussen klant en bouwer/onderhouder."

Het LBC wordt soms vergeleken met de aanbestedingmanier dbfmo (design, build, finance, maintain, operate) maar het meest opvallende kenmerk van het Living Building Concept is uiteraard het onderdeel living
- keuzes in methoden, materialen e.d. voor de korte termijn brengen meestal extra kosten in de naaste of verre toekomst, dus betrek alle aspecten bij de keuzemogelijkheden (werkelijke duurzaamheid, langetermijnvisie, stuur naast ontwikkelingskosten en bouwkosten ook op exploitatiekosten); 
opdrachtgevers die uit hoofde van hun functie meer naar de lange termijn kijken zijn bijvoorbeeld woningcorporaties, scholen en zorginstellingen;
ook de verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van energiezuinige gebouwen speelt soms een belangrijke rol (minder lasten voor verhuurder en dus mogelijk ook voor de huurder);
overigens, er zijn al veel kant-en-klare bouwcomponenten waarmee sneller en goedkoper gebouwd kan worden
- de omvang, het uiterlijk, het interieur, de technieken, de functie, de omgeving e.d. kunnen wijzigen in de toekomst en "het gebouw" dient daarvoor geschikt te zijn (werkelijke flexibiliteit)
- kernpunt is daarom niet meer wat de laagste prijs voor een gebouw is maar wat de beste prijs-prestatieverhouding is, rekening houdend met de levenscyclus van een gebouw (eigenlijk net als in de echte wereld van de consumentenartikelen)
- het elkaar kunnen vertrouwen is de rode draad door alle fasen van het LBC-proces, ofwel transparantie en eerlijkheid vanuit beide partijen; 
voor zowel klant als bouwer is dit een omslag in denken en doen; bedenk wel dat lang geleden de bouw ook werd uitgevoerd in onderling vertrouwen: de opdrachtgever hoefde geen bouwtechnische kennis te hebben en in huis te halen maar koos een vakman en liet die zijn gebouw neerzetten, vaak met een zeer summier ontwerp;
ook de rol van de echte gebruikers van een gebouw dient bij LBC aan bod te komen; een Bouwinformatiemodel (BIM) kan ook hierbij in een vroeg stadium al een belangrijke rol spelen: uitgebreide, ruim raadpleegbare, correcte en tijdige informatie helpt bij het vertrouwen tussen de bouwpartijen

Documentatie
- LBC, revolutionair anders bouwen (van PSIBouw-archief)

- Bouwen voor de gebruiker (van PSIBouw-archief)

- Concept voor zorginstellingen (van Twynstra Gudde)

- Leerervaringen LBC bij het ROC Veenendaal (van PSIBouw-archief)

- Living Building Concept, een wenkend perspectief voor de bouw (het handboek LBC van prof. dr. ir. Hennes de Ridder, 2006); een wel zeer theoretisch werk; gelukkig zijn er door anderen praktische toepassingen aan gekoppeld (die bijvoorbeeld resulteerden in bouwprojecten van scholen, zorgcentra e.d., maar ook aanzette tot conceptueel bouwen) en heeft De Ridder met zijn boek "LEGOlisering van de bouw" een veel duidelijker beeld weten te scheppen van waar de bouw eigenlijk zijn aandacht op moet richten (de ondertitel "industrieel maatwerk in een snel veranderende wereld" geeft daarvan al iets prijs).


Met dank aan o.m. Twynstra Gudde, PSIBouw-archief, Cobouw van 18 juni 2010.

Zie ook Conceptueel Bouwen (een ander alternatief voor traditioneel bouwen), open bouwen, agile werken, Industrieel, flexibel en demontabel bouwen (IFD), aanbesteden.

Hoewel de term Living Building een organisch aspect heeft, is organische architectuur een geheel andere bouwvorm.