home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


kop

 

kop

In het algemeen is de kop de korte smalle kant of zijde van een rechthoekige vorm of de (soms kortere) uitloper van een groter geheel. Wordt meestal gebruikt als verwijzing naar de smalste kant van een baksteen of een halve baksteen. 
(De lange smalle zijde van een baksteen heet strek; de boven- en onderzijde van de baksteen heten de legvlakken.)


oppervlakken van een baksteen: strek, kop en legvlak (baksteenfederatie):

     
benamingen van delen van een steen (lengte):
     
strek hele steen
drieklezoor 3/4 steen
kop halve steen
klezoor 1/4 steen

 


afbeelding van kop, strek, klezoor, drieklezoor (henk de heer):


Zie ook het schema metselverbanden
Zie ook klezoor, drieklezoor, kopse kant, koppenmaat, kopgevel, kop-hals-rompboerderij, koppensnellen, strek.

Het woord kop is waarschijnlijk ontleend aan het Laatlatijnse cuppa (drinkbeker), een variant van klassiek Latijn cupa (kuip, ton, vat). Naar analogie van de vorm van een drinkbeker ontwikkelde zich de betekenis "hersenpan, schedel", waaruit algemener "hoofd". Deze betekenisuitbreiding is vergelijkbaar met die van het Franse tÍte (hoofd) uit het Latijnse testa (pot) en die van kanis (hoofd) uit "mand". Bron Etymologiebank.

Eng. (baksteen) header; (sleutel) bow; (spijker) head; verzonken kop is countersunk head; platte kop is flat head; verzonken kop is countersunk head; kopgevel is end wall, end elevation; op de kop van het gebouw is on the side wall of the building; met kop en schouders uitsteken boven is to stand head and shoulders above