home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


kimlaag

 

kimlaag

Ook: kimstrook. De kim, kimlaag of kimstrook is de eerste laag stenen of blokken van een muur. De kimlaag wordt, over de hele omtrek van een gebouw, in een mortelbed (M3 bij blokken, M1, M2 of M3 bij bakstenen) perfect waterpas geplaatst op de fundering, waardoor onregelmatigheden van de ondergrond opgevangen worden.
Ook als de metselstenen of metselblokken worden gelijmd, dan wordt de kimlaag toch met cementmortel op de fundering geplaatst (omdat een lijmvoeg nog dunner is dan een cementvoeg en juist de dikte van deze "eerste voeg" nodig is voor het waterpas maken van de kimlaag). 

Tegen het indringen van optrekkend vocht wordt vaak op de kimlaag een waterwerende laag gelegd (met bijvoorbeeld een pasta, speciaal doek of foamglas perinsul). 

(Bij muren van gestort beton is er geen kimlaag; optrekkend vocht wordt meestal vermeden door een polystyreen verloren bekisting of een kunststof folie, vroeger ook wel door teer of bitumen.)


kimlaag van silka lijmblokken (xella):


kimlaag van porotherm blokken, met een laagje tegen vochtdoorgang (anders construct):


foamglas peninsul voor kimlagen (foamglas):


Het woord kim is bekend in het Middelnederlandse kimme (rand van een vat). De oorspronkelijke betekenis van kim zal "rand" zijn geweest. Aan de randen van een vat hebben de duigen een inkeping waarin de bodem sluit, vandaar de betekenis "inkeping" in het Duits. In de scheepsbouw betekende kimmen "de gebogen zijwanden van een schip". Uit de betekenis "bovenrand (van dijk, bergreeks)" ontstond overdrachtelijk de betekenis "horizon". Bron Etymologiebank.

Verg. kimblok, paslaag.