home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


kim

 

kim

De kim is de aansluiting ter plaatse van de wand en de vloer.
Zie eventueel kimanker, kimblik, kimblok, kimlaag (kimstrook).

Het woord kim is bekend in het Middelnederlandse kimme (rand van een vat). De oorspronkelijke betekenis van kim zal "rand" zijn geweest. Aan de randen van een vat hebben de duigen een inkeping waarin de bodem sluit, vandaar de betekenis "inkeping" in het Duits. In de scheepsbouw betekende kimmen "de gebogen zijwanden van een schip". Uit de betekenis "bovenrand (van dijk, bergreeks)" ontstond overdrachtelijk de betekenis "horizon". Bron Etymologiebank.

Eng. connection (between floor and basement wall)