Ook:
wijkverdichten.
Inbreiden is uitbreiden, maar dan naar binnen: bouwen binnen
bestaande contouren of binnen de bebouwde kom of het opvullen
van lege plaatsen in bebouwde kom, dus niet uitbreiden door
nieuwbouw aan de rand van de stad.
Doelen
van inbreiden zijn o.m.:
- in de stad zelf meer ruimte scheppen voor woningen e.d. (zodat
geen omliggende dorpen geannexeerd hoeven te worden)
- lege ruimten benutten voor woningbouw, bv. lege strepen in een
gebied met monotone bouwblokken verlevendigen door er nieuwe,
architectonisch bijzondere woningen te plaatsen (nevendoel:
woningdifferentiatie)
- de buitengebieden van een stad zoveel mogelijk onaangetast
laten.
Voorbeelden van inbreiden:
- de begane grond van flatgebouwen benutten voor woonruimte,
ruimten voor ateliers of andere kleine bedrijfjes (het zgn. uitplinten,
zie de set foto's (links) van Eva van der Schans)
- naast een gebouw met een (vrijwel) blinde muur kan vaak andere
hoogbouw geplaatst worden (het zgn. aankoppen, zie de
tweede set foto's (rechts), in combinatie met optoppenvan bestaande bouw, foto A+C
Architecten)
- hergebruik, herbestemming; van een ongebruikt kantoor- of
industriepand ruimtes maken voor woningen of kleinere eenheden
(bv. een kerk verbouwen tot woningen, de Van Nelle fabriek
ombouwen naar veel ruimtes voor kleinere bedrijven, het zgn. verzamelen)
- bestaande verouderde gezinswoningen (flats) veranderen naar
meer ouderenwoningen ("senioren" hebben meestal minder
ruimte nodig, bv. van twee woningen drie ouderenwoningen maken
en een gemeenschappelijke ruimte, dokterspost e.d.) of
studentenwoningen