home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Hypotheekbegrippen

 

hypotheekbegrippen *)

Afkopen
Tussentijdse beŽindiging van een levensverzekering.

Aflossingsnota
Een schriftelijke opgave van het geldbedrag dat nodig is om de hypotheek of het leningsdeel op een bepaalde datum volledig af te kunnen lossen.

Aflossingsvrije hypotheek
Hypotheekvorm waarbij gedurende de looptijd alleen rente wordt betaald. Pas aan het eind van de looptijd dient de lening te worden afgelost. 
(Deze hypotheekvorm is voor nieuwe hypotheken niet meer toegestaan.)

Aflossingswijze
Wijze waarop het geleende geld wordt terugbetaald aan de geldverstrekker.

Afsluitkosten
De kosten die de hypotheekbank aan de klant in rekening brengt als vergoeding voor de administratieve handelingen bij het aangaan van de hypotheek. Deze kosten bestaan uit een percentage van de geleende som (meestal 1%).

Akte
Schriftelijk stuk, al dan niet opgemaakt door een notaris, dat dient als bewijs van een rechtshandeling, bijvoorbeeld een koopovereenkomst.

AnnuÔteitenhypotheek
Hypotheekvorm waarbij het maandbedrag bestaande uit een deel rente en een deel aflossing, gedurende de looptijd gelijk blijft. In het begin van de looptijd wordt veel rente en weinig aflossing betaald, aan het einde is de verhouding juist andersom.

Bankgarantie
Een bank garandeert dat zij op eerste aanmaning een schuld van een van haar klanten voldoet.

Beleggingshypotheek
Hypotheekvorm waarbij naar verwachting de aflossing van de schuld aan het einde van de looptijd geschiedt met het vermogen dat gedurende de looptijd van de lening is opgebouwd in ťťn of meer beleggingsfondsen of beleggingsrekeningen.

Bijleenregeling
Per 1 januari 2004 is de Bijleenregeling van kracht als onderdeel van het Belastingplan 2004. Deze regeling heeft gevolgen voor huizenbezitters die hun huis willen verkopen, een nieuwe duurdere woning kopen en daarvoor hun hypotheekbedrag willen verhogen.

Bouwdepot bestaande bouw
Rekening (depot) waarop financieringsgelden ten behoeve van een verbouwing worden gestort. De verbouwing wordt uit dit depot betaald.

Bouwdepot nieuwbouw
Rekening(depot) waarop financieringsgelden ten behoeve van de aanschaf van een nieuw te bouwen woning worden gestort. De verstreken bouwtermijnen worden uit dit depot betaald.

Bouwrente
Alle rente die de koper van een nieuwbouwwoning moet betalen aan aannemer en hypotheekverstrekker tijdens de bouw van de woning. Deze rente wordt vaak in de hypotheek meegefinancierd.

Courtage
De bemiddelingskosten die door een makelaar aan de koper of verkoper in rekening worden gebracht voor de door hem verrichte diensten bij de koop of verkoop van een woning.

Dagrente
Het actuele rentepercentage dat wordt gehanteerd voor nieuw af te sluiten leningen.

Deposito's
Het uitzetten van een som geld bij een bank tegen een van te voren afgesproken termijn en vergoeding.

Effectieve rente
Een theoretisch vastgestelde rente, waarbij naast de akterente ook de afsluitkosten en wijze van aflossing zijn betrokken.

Eigen risico
Het bedrag dat bij schade voor eigen rekening blijft.

Estate planning
Nalatenschapsplanning.

Executeur-testamentair
Degene die een testament of het codicil uitvoert. Dit kan een notaris zijn of een door de overledene gekozen persoon.

Executie
De gedwongen, dus onvrijwillige, verkoop van de woning, wanneer een geldnemer niet langer aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen.

Executiewaarde
Dit is de waarde van de woning wanneer deze gedwongen moet worden verkocht. Een taxatierapport moet altijd melding maken van deze waarde.

Herbouwwaarde
Het bedrag benodigd voor herbouw van het gebouw op dezelfde plaats en met dezelfde bestemming.

Hybride hypotheek
Een hypotheekvorm waarbij zowel belegd als gespaard kan worden. Bovendien is het mogelijk tussentijds te switchen.

Hypothecaire lening
Een geldlening met onroerend goed als onderpand en waarvan een notaris een akte afgeeft.

Hypotheekakte
De verplichte en door de notaris opgemaakte akte waarin een 'recht van hypotheek wordt gevestigd' ten behoeve van een geldgever en waarin bovendien de geldleningovereenkomst is vastgelegd.

Inboedel
Alle roerende zaken die behoren tot de particuliere huishouding van verzekerden.

Kadaster
Voormalige rijksinstelling waar iedere onroerende zaak staat geregistreerd. Iedereen kan in het kadaster informeren naar deze onroerende zaken.

Kapitaalverzekering
Een vorm van sparen waarmee u kapitaal opbouwt.

Kosten koper
Kosten voor het in eigendom verkrijgen van de woning, onder meer bestaande uit overdrachtsbelasting (2% van de koopsom) en notariŽle overdrachtskosten.

Levenhypotheek
Hypotheekvorm waarbij rente voor de hypotheek en premie voor een gemengde levensverzekering wordt betaald. Met deze premie wordt waarde opgebouwd waarmee de hypotheek naar verwachting kan worden afgelost. De uitkering aan het einde van de looptijd is bij een Levenhypotheek niet gegarandeerd, omdat deze afhangt van een behaald rendement.

Leveringsakte
De akte waarin de juridische levering van een onroerende zaak wordt bekrachtigd bij de notaris.

Looptijd
De duur van de geldlening.

Minuut
Het origineel van de notariŽle akte.

Nationale hypotheek garantie
De Nationale Hypotheek Garantie. De opvolger van de Gemeentegarantie. Bij de NHG staat de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) na betaling van een borgstellingprovisie borg namens de geldgever. Om in aanmerking te komen voor de NHG dient aan bepaalde normen te worden voldaan.

NotariŽle akte
Een door een notaris opgemaakt geschrift dat door hem en de belanghebbende is ondertekend en gedagtekend.

Obligatie
Een gedrukte, als effect verhandelbare, schuldbekentenis die deel uitmaakt van openbare lening van gelden door de overheid, een instelling of bedrijf.

Omzetten
Het aanbrengen van wijzigingen in een lopende lening, zonder tussenkomst van de notaris.

Onderhandse lening
Niet openbaar, zonder tussenkomst van een officieel bevoegde instantie zoals bijvoorbeeld een notaris.

Onderhandse verhoging
Een verhoging van een lopende lening (met een extra leningsdeel) zonder tussenkomst van een notaris.

Onderpand
De onroerende zaak (woning) die in uw eigendom is en die in handen komt van uw geldverstrekker wanneer u niet langer aan uw betalingsverplichtingen kunt voldoen. Het onderpand dient als zekerheid voor betaling van een hypothecaire geldlening.

Overbruggingsfinanciering
Een tijdelijke voorfinanciering van gelden die pas vrijkomen na overdracht en levering van de oude woning. Na overdracht van de oude woning wordt de overbruggingshypotheek afgelost uit de verkoopopbrengst.

Overdrachtsbelasting
De belasting (6% van de koopsom) die een koper van een bestaande woning via de notaris dient te betalen voor het in eigendom verkrijgen van de woning.

Overlijdensrisico verzekering
De bescherming tegen financiŽle zorgen bij het overlijden van een van de twee partners.

Oversluiten
Aflossen van een bestaande hypotheek door middel van een nieuwe hypotheek met tussenkomst van de notaris.

Overwaarde
Verschil tussen de verkoopwaarde en de schuldrest.

Passeren
Het ondertekenen van een notariŽle akte bij een notaris.

Renteherzieningsmoment
Het tijdstip waarop u een nieuwe rente en rentevastheidsperiode kiest.

Rentevastheidsperiode
De afgesproken periode waarvoor een bepaald rentepercentage geldt.

Risicopremie
1. De premie die verschuldigd is voor een overlijdensrisicoverzekering.
2. Het deel van de premie voor een spaarpolis dat bedoeld is voor de risicodekking.

Saldo opgave
Jaarlijks overzicht van de stand van zaken van een hypotheek. Hieruit blijkt onder andere de schuldrest en de in het betreffende jaar betaalde rente.

Spaarhypotheek
Hypotheekvorm waarbij rente voor de hypotheek en premie voor een spaarverzekering wordt betaald. Met deze premie is het risico van overlijden gedekt en wordt een kapitaal opgebouwd, waarmee de hypotheek aan het einde van de looptijd volledig kan worden afgelost.

Spaarpremie
Dat gedeelte van de premie voor een spaarverzekering waarmee het verzekerd kapitaal wordt opgebouwd.

Successierecht
De belasting die moet worden betaald als men (een deel van) de erfenis ontvangt.

Taxatie
De officiŽle waardebepaling van een woning.

Transportakte
Zie leveringsakte

Variabele rente
Het rentepercentage wordt maandelijks vastgesteld.

Vaste rente
Het rentepercentage wordt voor langere tijd vastgezet.

Vrij op naam (v.o.n.)
De wettelijk te maken kosten zijn inbegrepen in de koopsom. Het betreft hier de BTW of overdrachtsbelasting en de kosten die de notaris in rekening brengt voor het transport van de woning. De hypotheekaktekosten en het daaraan verbonden kadastraal recht zijn dus niet inbegrepen.

Waarborgsom
Een minimum bedrag dat betaald wordt voordat de termijncontracten worden afgesloten. Dit bedrag dient als onderpand.

WOZ-waarde
De waardetaxatie gebaseerd op de Wet Waardering Onroerende Zaken. Deze taxatie is onder meer bepalend voor de onroerende-zaakbelasting die u betaalt.


*) Met dank aan Hypotheekbank BPD (v/h Bouwfonds), waar helaas deze lijst niet meer aanwezig is.