1.
Het hardere binnengedeelte van bomen (en struiken).
2.
Op enige manier behandeld hout, dwz. gezaagd, geschaafd e.d.
Hout is een duurzaam materiaal dat geschikt is voor legio toepassingen.
Hout is dat het een van de weinige bouwmaterialen is die in de natuur
groeit. Omdat het hout van biologische oorsprong is kan het onder bepaalde condities worden aangetast door biologische organismen zoals schimmels,
insecten en bacteriën. Niet elke houtsoort is even gevoelig voor deze
aantasters. Bepaalde inhoudsstoffen van het hout kunnen zowel een positieve als een negatieve bijdrage hebben aan de aantasting. Hout is in het algemeen goed bestand tegen chemicaliën.
Hout
is daarom ingedeeld in duurzaamheidsklassen van 1 tot 5,
waarbij 1 zeer duurzaam is en 5 niet duurzaam. Deze indeling naar
klassen geldt voor kernhout; het spinthout van alle houtsoorten valt meestal in duurzaamheidsklasse 5.
Hoewel
hout brandbaar is heeft het juist een aantal gunstige eigenschappen bij brand:
bv. stalen liggers en staanders worden met hout bekleed om bij brand
de constructie voor een bepaalde tijd stabiel te houden.
De belangrijkste tweedeling bij hout is loofhout (als bouwmateriaal
vaak eiken) en naaldhout (grenen, dennen, vuren).
Naaldhout is te herkennen aan:
- grove structuur
- brede jaarringen
- zacht hout
- licht van kleur
- veel noesten.
Voor loofhout gelden de tegenwaarden. Daarbij geldt voor loofhout dat
de mergstralen (vanuit de kern naar de bast) na zagen of schaven spiegels
vormen.
Ook
Frank Lloyd Wright hield van hout: "Hout is in algemene zin heel mooi voor
de mens. De mens houdt van de nauwe band met hout, bv. door er met de hand langs
te strijken. Het is aangenaam om aan te raken en aangenaam voor het oog."