home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


hoogovenslak

 

hoogovenslak

"Hoogovenslak is een bijproduct dat vrijkomt bij de productie van ijzer in hoogovens. Daarbij worden ijzererts, schroot en smeltmiddelen, tezamen met cokes als brandstof in een hoogoven gebracht. De cokes worden verbrand voor de productie van koolmonoxide, dat het ijzererts reduceert tot gesmolten ijzer. Op dit ijzer drijft de slak, die hiermee gelijktijdig wordt afgetapt. Nadat slak en ijzer van elkaar zijn gescheiden, wordt de slak door het inspuiten van een grote hoeveelheid water snel afgekoeld, waardoor de slak in zandachtige korreltjes met een glasachtige structuur uiteengeslagen wordt (er treedt geen of slechts een geringe mate van kristallisatie op; omdat het een beetje op grof zand lijkt, heet hoogovenslak ook wel slakzand). Dit proces wordt granuleren genoemd."

Zie verder bij hoogovencement.

De herkomst van de term slak is niet duidelijk. Het woord slak kan ontleend zijn aan het Middelnederduitse slagge (bijproduct bij het smelten van metaalerts); men verbindt dit woord gewoonlijk via "afgeslagen metaalsplinter bij het smeden" net als slag met de wortel van slaan (dat uit het Oudhoogduitse slahan ontstaan is en dat slaan of doden betekent). Mogelijk is het Middelnederduitse woord overdrachtelijk ontstaan bij slagge (langdurig, vies, regenachtig weer): metaalslak als ongewenste, in grote hoeveelheden bij de ertsverwerking vrijkomende massa van gruis en schilfers. Bron Etymologiebank. Ook de steenachtige rest in steenkoolas (verbrande steenkool) wordt slak of sintel genoemd. Vulkanische slak is het door een vulkaan uitgeworpen stolsel met een korrelgrootte van 4-32 mm. Bron Grondsoorten en Delfstoffen.

Met dank aan HCM Cement.

Zie ook activiteitenindex.

Eng. blast-furnace slag