home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


hogel

 

hogel

Ook, soms: kantbloem (duidelijker zou zijn: randbloem), knol. Een hogel is een gebeeldhouwd Gotisch ornament in de vorm van een bloem, knop of omgekruld blad, ter versiering van pinakels, daklijsten, bogen e.d. 
Kort gezegd: een hogel is een gekrulde blad- of bloemvorm die uit de ondergrond uitsteekt.
Bijna altijd wordt over hogels (meervoud) gesproken omdat het vaak over meer bloemen, knoppen e.d. gaat.
Hogels komen veel voor bij kerken en vooral in de Gotiek en de Barok.


klik op de afbeeldingen voor groter

zeer eenvoudige hogels bij de chapelle kercohan (let op de blinde nis met kielboogje):


hogels bij pinakels, maastricht (foto joostdevree):


hogels in bloemvorm bij een gevelrand van de saint ursmer, binche, belgiŽ (copyright belgiumview):


hogels bij een boogvorm van de zuidingang van de o.l.v. kathedraal antwerpen (copyright dig keur, vademecum de late middeleeuwen, uitgeverij profiel):


hogels aan de rand van veel bouwelementen, st. jan in den bosch:


De term hogel is waarschijnlijk zo ontstaan vanwege de gelijkenis van de hogel of heugel, met zijn tanden en de in rijen langs pinakels e.d. opklimmende hogel-elementen; bron
Etymologiebank. Een hogel of heugel is bij een open haard een getande staaf om de beugel van een kookketel op de gewenste hoogte boven het vuur aan op te hangen.

Verg. kruisbloem.

Eng. crocket