home bouwencyclopedie

disclaimer / , cookies, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Griekse cultuur

 

Griekse bouwkunst *)

1. Griekse cultuur
2. De Griekse tempel
3.
Profane bouwkunst

1. Griekse cultuur

Hellenen

Rond 1100 vr Chr. vestigden de Dorirs, een soldatenvolk, zich in de omgeving van Sparta. De kunstzinnige Ionirs vestigden zich in Attica, de streek rondom Athene.

Van de oorspronkelijke bevolking van Griekenland vluchtte een deel naar de kust van Noord-Afrika. De rest vermengde zich met de nieuwe volken. De oorspronkelijke bevolking en de nieuwe volken beschouwden zich meer en meer als n volk. Ze noemden zich de Hellenen. De Romeinen noemden hen pas later de Grieken.

Vanaf de 8ste eeuw vr Chr. vestigden de Hellenen kolonin in een groot deel van het Middellandse-Zeegebied, met name op Sicili en langs de kusten van Zuid-Itali, zoals Neapolis (Napels) en Marsiglia (Marseille). Hierdoor was de Griekse bouwkunst van belangrijke invloed op die van de Romeinen.

Ontwikkeling

Tussen 1100 en 700 vr Chr. ontstond de Griekse stad, de polis. De steden werden de centra van kunst en cultuur. Geleidelijk maakte het stelsel van vorstendommen plaats voor nieuwe politieke stelsels, waaronder de demokratie, die rond 500 vr Chr. in Athene ontstond.

Het Griekenland van toen was verdeeld in vele stadstaatjes, die allemaal dezelfde taal en godsdienst hadden. Tijdens de Spelen, die eens in de vier jaar in Olympia plaatsvonden, staakten de staatjes hun onderlinge ruzies. De eerste Olympische Spelen werden gehouden in 776 vr Chr., de laatste "klassieke Spelen" werden gehouden in 394 na Chr.


De vijf olympische ringen, het symbool van de huidige Olympische Spelen.
Elke ring symboliseert n van de vijf werelddelen.


Perzische oorlogen

Tijdens de periode van de grootste bloei van de Griekse kunst en cultuur vonden echter vanaf 500 vr Chr. ook de Perzische oorlogen plaats, en daarbij nog eens de interne strijd tussen de oude rivalen Athene en Sparta. Dankzij steun van de Perzen kon Sparta overwinnen, waarna een periode van achteruitgang begon (vanaf ca. 400 vr Chr.).

In Macedoni (in het Noorden van Griekenland) ontstond echter een nieuwe sterke macht. De Macedonische koning Oleander de Grote wist zelfs in 333 vr Chr. het Perzische leger te verslaan en kreeg daarmee de macht over het hele Perzische Rijk. Er ontstond een nieuwe politieke orde, het Hellenisme. Griekenland werd toen een tweederangs macht.

Het einde

In 146 vr Chr. werd Griekenland ingelijfd bij de Romeinse provincie Macedonia.
Er ontstond een nieuwe periode van vrede. Athene en Sparta bleven nog enige tijd zelfstandig. In 395 na Chr. werd Griekenland ingelijfd bij het Oost-Romeinse Rijk.

 

2. De Griekse tempel


De oudste bewaard gebleven Griekse bouwwerken zijn de tempels. Deze werden al vroeg in duurzame natuursteen gebouwd, terwijl voor de overige bouwwerken meestal hout werd gebruikt. De tempels waren opgedragen aan n van de Griekse goden.


Griekse tempelvormen (uit het boekje Termen en begrippen in de bouwkunst van Koch&Kotting, 1971, aangepast), met:

1 = antentempel
2 = dubbele antentempel
3 = prostylos
4 = amfiprostylos
5 = peripteros
6 = dipteros
7 = tholos (centrale aanleg)

a = naos (cella)
b = pronaos
c = megaron
d = epinaos, opisthodomos
e = peristylium



Griekse bouwkunst, bron "Houses: The Illustrated Guide to Construction, Design and Systems", van Henry S. Harrison:


termen bij de bovenstaande afbeelding: 
abacus, acanthusblad, akroterion, architraaf, cannelure, cimaas (sima), dorisch, echinus, eierlijst, fronton, geison, hoofdgestel (entablement), hypotrachelion, ionisch, kapiteel, korintisch, metope, mutulus, plint, riem, schacht, spuwer, stylobaat, taenia, timpaan, torus, trochilus, voluut, zuil




1. timpaan
2. hoofdgestel
3. monolietzuil
4. stereobaat

Het gebouw stond altijd op een stereobaat, het voorfront laat zuilen zien met daarop een hoofdgestel.

 

De zuilen zijn opgebouwd uit een basement, een schacht en een kapiteel. De schacht kan uit n stuk bestaan (monoliet) of uit verschillende trommels.
Het hoofdgestel is te verdelen in architraaf, fries, geison, timpaan en cimaas. Aan de voet en de bovenkant van het hoofdgestel staan meestal akroterions.
Legenda tekening links:
1. akroterion
2. cimaas
3. timpaan
4. geison
5. fries
6. architraaf

7. abacus
8. echinus
9. voluut
10. zuilschacht
11. cannelures

 
Een representatie van een Grieks fries:

1. cimaas (sima)
2. geison
3. metope
4. triglief
5. regula met guttae
6. architraaf
7. abacus
8. kapiteel
9. schacht
10. voetring
11. stylobaat
12. basement

Hoofdgestel

De Grieken hebben voor hun gebouwen, ook de tempels, oorspronkelijk hout als bouwmateriaal gebruikt. De belangrijke onderdelen werden bekleed met platen van terracotta (gebakken klei). Geleidelijk aan zijn ze meer duurzame, maar ook moeilijker te bewerken natuursteen (kalksteen en marmer) gaan toepassen.

De vormgeving van de Griekse bouwkunst is dan ook voor een groot deel te verklaren aan de hand van de houtbouw. Dit geldt met name voor de Dorische orde.

Op het plaatje hiernaast is bijvoorbeeld goed te zien hoe de balkkoppen die in het houten hoofdgestel aan de voorkant te zien zijn, terugkomen als trigliefen in de steenconstructie.


Hoofdgestel van de Dorische orde
 1. Houtconstructie 
 2. Steenconstructie

Materialen

De Griekse bouwmeesters streefden voor de materialen een zo glad mogelijk oppervlak na. Als er kalksteen werd toegepast, werd dit voorzien van een pleisterlaag. Marmer kon echter heel glad worden afgewerkt, waardoor er dan geen pleisterlaag nodig was.

De tempels, maar ook andere openbare gebouwen, werden voorzien van beschilderingen in felle kleuren zoals rood, blauw en geel (goud). Deze oorspronkelijke kleuren zijn bijna allemaal verdwenen. Het ideaalbeeld dat in de 19e eeuw is ontstaan van de "harmonische" witte tempels klopt dus niet met de werkelijkheid.

Drie orden

In de Griekse bouwkunst onderscheiden we drie stijlen of orden:

 

Dorische orde

Deze orde is in de 6e eeuw vr Chr. ontstaan op de Peloponnesus. Tempels in deze stijl zijn behalve in Griekenland ook in de oorspronkelijke Griekse kolonin langs de Middellandse-Zeekust te vinden. Na de 4e eeuw vr Chr. werd de Dorische stijl niet meer toegepast.

Kenmerkend voor de Dorische orde zijn zware bouwvormen en kleine overspanningen. De bouwmeesters wisten in het begin namelijk nog niet zeker of de steenconstructie wel sterk genoeg zou zijn. Vanaf de 5e eeuw vr Chr. werd de constructie lichter en werden de onderdelen slanker.

  • geen basement
  • vrij zware zuilschachten met aaneengesloten cannelures
  • schotelkapiteel
  • het fries is verdeeld in metopen en trigliefen
 

Ionische orde

In Turkije ontstond, door de aanraking met andere culturen als de Egyptische, een stijl die eleganter en weelderiger was dan de Dorische. De Ionische tempels waren ook groter en monumentaler.
De Ionische orde komt vooral voor op de Griekse eilanden van de Egesche Zee, maar ook op het Griekse vasteland.
De Ionische zuil heeft, in tegenstelling met de Dorische een basement.

  • zuilen met een basement
  • een zuilschacht met bandjes tussen de cannelures
  • het gekrulde volutekapiteel
  • een architraaf bestaande uit drie horizontale balken
  • het fries dat meestal bestaat uit doorlopend beeldhouwwerk
Typisch voor de Ionische orde is ook het ontbreken van het (Dorische) trigliefenfries (een fries met balkknoppen), maar in de plaats daarvan een doorlopend reliffries. Bij veel Ionische gebouwen is ook een glad fries gebruikt.


 

Korintische orde

De Korintische orde is pas in de 5e eeuw vr Chr. ontstaan en is eigenlijk meer door de Romeinen dan door de Grieken toegepast.
Deze orde lijkt veel op de Ionische, maar heeft een kelkvormig kapiteel met de bladervorm van een acanthusplant.

  • variant van de Ionische orde, maar slanker en met weelderiger versieringen
  • kelkvormig kapiteel met veelal twee rijen acanthusbladeren boven elkaar

Zie ook de Vijf orden.


Tempelresten

De Akropolis

De bekendste tempels staan op de Akropolis in Athene (een akropolis was oorspronkelijk een burcht die meestal op een heuvel was gelegen). Deze tempels zijn allemaal gemaakt van wit marmer. Het zijn het Partheon (445 vr Chr.), de Nik-tempel, (425 vr Chr.), de Propyleen en het Erechtheion (415 vr Chr.) met de beroemde Kariatidenhal.

Ook in andere Griekse steden als Korinthe, Olympia en Delphi staan nog resten van prachtige tempels.


3. Profane bouwkunst

Het beeld van de Griekse bouwkunst vooral wordt bepaald door de tempels. De profane (wereldlijke) bouwwerken mogen echter ook niet vergeten worden. Er zijn veel profane bouwwerken bewaard gebleven, soms zelfs de rune van een hele stad. Op deze manier is er veel bekend geworden over het dagelijkse leven van de Grieken.

Het marktplein, de agora, was het centrum van het Griekse stadsleven. Aan de Griekse agora in Athene staat de Stoa van Atalos (150 vr Chr.), een overdekte zuilengalerij met een bovenverdieping. De stoa werd gebruikt als marktplaats.


Stoa van Atalos
 

Theater van Epidaurus

Het Griekse theater werd meestal tegen de helling van een berg gebouwd en is halfrond (in tegenstelling tot het Romeinse theater dat volledig rond is)

Het theater van Epidauros (300 vr Chr.) is bekend om zijn uitstekende akoestiek. Er passen ongeveer 14.000 toeschouwers in.

In de steden in Klein-Azi, zoals Efze, Milete en Pergamon, verrezen openbare gebouwen als paleizen, raadhuizen, bibliotheken en ook stoa's. Een bekend voorbeeld van sacrale (religieuze) bouwkunst is het Zeusaltaar uit Pergamon, waarvan nu een replica in het Pergamonmuseum in Berlijn staat.

De woningen van de Grieken waren vrij bescheiden. Er was n verdieping rondom een binnenplaats, waar meestal een zuilengalerij omheen liep. De daken waren met pannen bedekt. De vloeren hadden een mozaekpatroon en de binnenmuren waren geverfd. De meeste huizen hadden een badkamer.

 

*) Met bijzondere dank overgenomen van Thinkquest en Groninger Kerken, maar vooral W.J. van Heuvel en ir. B.D. Verbrugge waarvan teksten uit het boek Geschiedenis van de Bouwkunst zijn overgenomen.

Eng. Greek architecture