home joostdevree.nl |
|
Alles over glas: productie van glasInleidingHet maken van glas, van ver voor onze jaartelling tot het begin van de twintigste eeuw, vond plaats door grondstoffen te smelten in zogenaamde potovens of kuilovens en het gesmolten mengsel daarna met een blaaspijp tot kleine ruitjes te maken. De verschillende typen smeltovens komen in dit hoofdstuk aan de orde. De Glasblazer
Glasblazer werd je niet zomaar; er rustte een geheimhouding op het ambacht. Vandaar dat vaders hun zoon het glasvak leerden, om daarmee het geheim veilig te stellen. Je kon beginnen als een soort 'manusje van alles', een 'glaskrullenjongen'. Daarna kon je leerling worden en dan mocht je al de blaaspijp vasthouden en in de oven steken om er een klomp vloeibaar glas aan te laten kleven. De gezel of voorblazer mocht de klomp glas al omvormen tot een bol. De glasblazer bracht de definitieve vorm verder tot stand: een glazen cilinder van ongeveer twee meter lengte. De mechanisatie van de glasfabricage, zoals die zich in de negentiende eeuw ontwikkelde, heeft deze zware arbeid een halt toegeroepen. KuilovensLange tijd (van voor de Christelijke jaarteling) is de kuiloven de belangrijkste manier geweest om glas te smelten. Een kuiloven is niet meer en niet minder dan een gegraven kuil met een simpele bekleding met brokken steen, een stenen ronde kuipconstructie, waaronder een ruimte om hout te kunnen stoken. Daarboven een steenachtig bouwsel waarin de grondstoffen konden worden gesmolten, om op die manier zoiets als vloeibaar glas te kunnen maken. Op deze manier konden temperaturen worden bereikt van ongeveer 600 of 700° Celsius; de glasmassa had een deegachtige stijfheid. Potovens
RoosterovensVanaf de zeventiende eeuw tot de tweede helft negentiende eeuw kwamen de roosterovens in gebruik. Dat leek veel op de manier van werken met de potovens, maar nu met het vuur op roosters. Het vuur bleef niet in zijn eigen as liggen. De as zakte door het rooster waardoor er een betere aanvoer van zuurstof werd verkregen. Hierdoor werden dus betere verbranding en een hogere temperatuur bereikt. Deze roosterconstructie was belangrijk, omdat het gebruik van steenkool in opkomst was. De betere verhitting van de grondstoffen veroorzaakte ook een verandering in de verhouding van de grondstoffen. De roosterovens werden in de loop van de tijd verder ontwikkeld tot ovens die bestonden uit twee delen: de al eerder genoemde potoven als smeltzone (nu dus met hogere temperaturen) en het tweede deel als afkoelingszone, het werkdeel met glas van een juiste viscositeit, om beter de glazen cilinder te kunnen blazen. Nu zien we ook dat de ovens niet meer steeds op verschillende plaatsen werden opgebouwd in verband met het benodigde hout; men bouwde nu meer plaatsgebonden en vooral in de nabijheid van de vindplaatsen van kolen, vooral omdat vervoer per spoor steeds populairder werd. Kuip- of bekkenovens
De kuip- of bekkenovens onderscheiden zich van potovens door:
Door de opkomst van het mechanisch productieproces was de beschikbaarheid van een grote massa heet gesmolten glas en een continue productie een absolute noodzaak. De investering in dergelijke ovens was zeer hoog. De kleine glasblazerijen konden zich deze investering niet permitteren en daardoor zien we in deze periode de grote glasindustrie‰n ontstaan. In begin twintigste eeuw (1910 - 1925) werd in Maassluis de eerste Nederlandse vensterglasfabriek 'De Maas' gebouwd. Hier werd glas geproduceerd met een dergelijke kuipoven, een gasgestookte regenerator-oven. Er werd glas gemaakt volgens het Fourcault-systeem.
|
|