Een gewelf is een gebogen constructie als overspanning van een
ruimte, oorspronkelijk in metselwerk.
Al
in de derde eeuw vóór Christus ontstonden de eerste boogconstructies. De boogconstructie zou, anders dan bij de
Griekse bouwkunst, een belangrijke plaats innemen in de Romeinse
bouwkunst.
Rond de tweede eeuw voor Christus begonnen de Romeinen ook gewelven te
bouwen. Ze gebruikten hiervoor houten hulpconstructies, formelen
genaamd, waarop zij bogen metselden van metselwerk. Deze bogen vormden
samen met dwarsverbindingen (ribben) een netwerk van vakken, waarin
weer "beton" werd gestort. De Romeinen kenden ton-, koepel-
en kruisgewelven.