Ook:
GO, GBO. Bij de benoeming van ruimten in een gebouw wordt in het
Bouwbesluit in algemene termen gesproken van bv. gebruiksoppervlakte,
verblijfsruimte, verkeersruimte. Voordeel hiervan is dat een interne
verbouwing op de benoeming geen invloed heeft, bv. als de woonkamer
wordt uitgebreid met een slaapkamer. De omschrijving van de
gebruiksoppervlakte is helaas niet geheel eenduidig en daarom alleen
te benoemen zoals in de norm vermeld is.
De gebruiksoppervlakte van een ruimte of een groep van ruimten is de oppervlakte, gemeten op
vloerniveau, tussen de scheidingsmuren (dragende muren), die de desbetreffende ruimte of groep van
ruimten omhullen. Uitsluitend verwarmde gebieden tellen mee in de
berekening. Bij de bepaling ervan worden niet meegerekend:
- oppervlakte van de delen van vloeren, waarboven de nettohoogte kleiner is dan 1,5
m (met uitzondering van vloeren onder trappen, hellingbanen e.d., die
tellen weer wel mee); denk hierbij aan de vloeren onder schuine daken
- een trapgat, liftschacht of vide, indien de oppervlakte groter is dan 4
m2 (eigenlijk zou de liftoppervlakte nooit mee mogen tellen)
- een vrijstaande bouwconstructie (niet zijnde een trap, een
leidingschacht e.d.) indien de horizontale doorsnede daarvan groter is dan 0,5
m2
- leidingschachten met een horizontale doorsnede groter dan 0,5 m2
- een dragende binnenwand.
Bij de bepaling van de grenslijn moet een incidentele nis of uitsparing en een incidenteel inspringend
bouwdeel worden genegeerd, indien het grondvlak daarvan kleiner is dan 0,5
m2, dwz. de berekening neemt een de ruimte inspringende nis (bv. een
schacht) wel mee en een naar buiten uitspringende nis niet (mits
kleiner dan 0,5 m2). Zie de tekening van Woonhelp.
Een onverwarmde berging, een garage, balkon en terras worden (meestal)
niet meegerekend in de gebruiksoppervlakte.
Wonderlijk is dat de oppervlakte onder trappen en hellingbanen wel mag
worden meegerekend. In woongebouwen worden (meestal) de
gemeenschappelijke ruimten niet meer meegerekend. Ook wordt bv. een
carport uiteraard niet meegeteld in de berekening.
Een standaard woning heeft tussen de 100 à 130 m2 gebruiksoppervlakte;
een flat ligt meestal tussen 80 à 100 m2.
De gebruiksoppervlakte wordt per gebruiksfunctie
benoemd, dus niet opgeteld voor alle gebruiksfuncties. Wanneer er een
gemeenschappelijke ruimte is (toegangshal e.d.), dan wordt een
evenredig deel daarvan toegerekend aan de "individuele"
gebruiksoppervlakte. Dat geldt ook wanneer er verschillende
gebruiksfuncties zijn, bv. een entree van een winkelpand met
appartementen erboven.
Op een bouwaanvraag moeten verschillende oppervlakten worden vermeld,
die volgens NEN2580 bepaald moeten worden.