De
grondleggers van het functionalisme zochten de emancipatie van de
arbeidersklasse in een reorganisatie van de maatschappij zelf. De
industrialisatie werd gepropageerd en het accent kwam te liggen op de
functionaliteit van de woning. Het functionalisme neemt als stroming neemt de functie van een
object, een bouwonderdeel of een gebouw als uitgangspunt.
Bijvoorbeeld in de woningen van de Kiefhoek, ontworpen door Oud en
gebouwd vanaf 1925, werd gebruik gemaakt van een gestandaardiseerde
plattegrond, hetgeen één van de overwegingen van de architect
weerspiegelt, namelijk het seriematig ontwerpen en bouwen van
woningen. De bouwopgave was om een maximale woonruimte te bieden met
een minimum aan middelen. Een gebrek aan financiële middelen en
onbekendheid met de verwerking van "nieuwe" bouwmaterialen
hebben de Kiefhoek doen beperken tot een enkelvoudig, zij het
uitzonderlijk geheel.
Het
functionalisme
ontwikkelde zich tussen de beide wereldoorlogen tot een bouwstijl en
baseerde zich op een zuivere, elementaire geometrie en maakte gebruik
van nieuwe materialen (staal en gewapend beton). Het organiseerde zich internationaal in de CIAM,
dat bepalend was voor de huidige architectuur.
Belangrijkste vertegenwoordigers zijn o.a. Brinkman en Van der Vlugt, Le
Corbusier,
Duiker, Gropius, De Koninck, Van Loghem, Mies van der Rohe, Oud en Rietveld.
Links een foto van de Frankfurter-keuken van de architecte Grete
Schütte-Lihotsky,
een rationele keuken voor de sociale woningbouw, de eerste
"aanbouwkeuken" (1926).
Het functionalisme vertoont veel
overeenkomsten met de Nieuwe
Zakelijkheid (het Nieuwe Bouwen). Zie ook De 8.
Voorbeelden van het functionalisme. Eng. Functionalism