home joostdevree.nl
bouwencyclopedie
nieuws

kop met zoekfunctie

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


adverteren via Google
 disclaimer / ©

lid NVJ

Functionalisme

 

Functionalisme (1920-1940)

De grondleggers van het functionalisme zochten de emancipatie van de arbeidersklasse in een reorganisatie van de maatschappij zelf. De industrialisatie werd gepropageerd en het accent kwam te liggen op de functionaliteit van de woning. Het functionalisme neemt als stroming neemt de functie van een object, een bouwonderdeel of een gebouw als uitgangspunt. 
Bijvoorbeeld in de woningen van de Kiefhoek, ontworpen door Oud en gebouwd vanaf 1925, werd gebruik gemaakt van een gestandaardiseerde plattegrond, hetgeen één van de overwegingen van de architect weerspiegelt, namelijk het seriematig ontwerpen en bouwen van woningen. De bouwopgave was om een maximale woonruimte te bieden met een minimum aan middelen. Een gebrek aan financiële middelen en onbekendheid met de verwerking van "nieuwe" bouwmaterialen hebben de Kiefhoek doen beperken tot een enkelvoudig, zij het uitzonderlijk geheel.

Het functionalisme ontwikkelde zich tussen de beide wereldoorlogen tot een bouwstijl en baseerde zich op een zuivere, elementaire geometrie en maakte gebruik van nieuwe materialen (staal en gewapend beton). Het organiseerde zich internationaal in de CIAM, dat bepalend was voor de huidige architectuur.
Belangrijkste vertegenwoordigers zijn o.a. Brinkman en Van der Vlugt, Le Corbusier, Duiker, Gropius, De Koninck, Van Loghem, Mies van der Rohe, Oud en Rietveld.
Links een foto van de Frankfurter-keuken van de architecte Grete Schütte-Lihotsky, een rationele keuken voor de sociale woningbouw, de eerste "aanbouwkeuken" (1926).
Het functionalisme  vertoont veel overeenkomsten met de Nieuwe Zakelijkheid (het Nieuwe Bouwen). 
Zie ook De 8.
Voorbeelden van het functionalisme.
Eng. Functionalism



beurzen, beeldbanken, barters e.d.