Drainage
is een systeem waarbij (grond)water afgevoerd wordt. We onderscheiden horizontale drainage via buizen
en verticale drainage
via een diep gat in de grond via buizen of echte zandpalen.
Verbetering
in de afvoer van water is te realiseren door de aanleg van drainage.
Op regelmatige afstand van elkaar worden gebakken drainagebuizen of
kunststof ribbeldrains in de grond gelegd.
Bij horizontale drainage is meestal sprake van een
omhullingmateriaal, het drainagefilter, om de openingen in de
buis tegen dichtslibben van bepaalde bodemdeeltjes te beschermen
(selectieve filterwerking) en om de toestroom van water naar de buis
te regelen (hydrologische werking). De meest voorkomende
drainagefilters zijn vezels van kokos, polypropyleen (vaak PP450 of
PP700) of polystyreen (PS1000). Kokosvezels gaan wat minder lang mee
dan polypropyleen maar zijn een natuurlijk materiaal. In de aanduiding
van bv. PP700 geeft 700 de zgn. O90-waarde (het O90-getal) de zanddichtheid
van de vezel weer: 90% van de deeltjes met een korreldiameter
van 700 micrometer worden tegengehouden. Bij drainage is een O90 van
450 tot 1000 algemeen.
Verticale drainage wordt vaak toegepast bij het versneld
ontwateren van ophogingen voor wegen of gebouwen, zie bij verticale
drainage. Verticale drainage van bv. de tuin bij een woning bestaat uit het boren
van gaten in de bodem. Dat kan uitgevoerd worden met een grondboor.
Het geboorde gat wordt gevuld met grof puin, grof zand of grove humus.
Het overtollige water verdwijnt via de schacht naar het dieper gelegen
grondwater. Deze drainage werkt een aantal jaren, daarna raakt ze vaak
verstopt.
Met dank aan o.m. Horman
drainagefilters, Dyka
(o.m. drainagesystemen) en Vereniging
van Draineerbedrijven.
Zie ook geotextiel, zeeffractie.