home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


doorstrijken

 

doorstrijken

Doorstrijken is een methode om bij metselwerk een stevige voeg te hebben: de voeg wordt met dezelfde metselspecie aangebracht als de metselspecie voor het metselwerk zelf en in vrijwel dezelfde "arbeidsgang". De metselspecie dient vol en zat te worden aangebracht.

Zoals vroeger gebruikelijk was, wordt de metselspecie bijna "naar buiten" geduwd. Na ongeveer een half uur is de metselspecie voldoende gehard om met een voegspijker of voegroller (pointmaster) aan te drukken en af te werken. De later uitgevoerde voegactie met speciale voegspecie, nadat het metselwerk is uitgehard, is hier dus niet van toepassing. 
Het is gebleken dat voegen door het "onmiddellijk" doorstrijken homogener en daarmee sterker worden. Ook hebben deze voegen minder last van doorslag van water wat in de winter stukvriezen sterk reduceert.
Vooral wanneer een minimale stootvoeg wordt toegepast, kan met de voegroller snel worden gewerkt; het metselwerk krijgt bij zo'n stootvoeg een massiever maar ook wel een wat statisch uiterlijk.

"Als de doorstrijkmortels voorzien zijn van tras wordt de kans op eventuele witte uitslag aanzienlijk verminderd. De voeg die bij het doorstrijken ontstaat, heeft over het algemeen minder last van afbrokkelen dan de voeg die wordt aangebracht na (grotendeels) drogen van het metselen."
In het buitenland wordt meestal niet achteraf gevoegd en wordt de doorstrijkmethode standaard toegepast.


aanbrengen metselspecie vol en zat om goed te kunnen doorstrijken (vande moortel):


doorstrijken van de voegen met een voegroller (pointmaster; knb keramiek):


detail van de pointmaster (weber beamix):


Documentatie
- Duidelijke uitleg over kwaliteit van voegwerk en doorstrijken, van Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek KNB

Met dank aan Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek KNB, Aberson, Maxit/Beamix  en Steenbakkerij Van de Moortel.