home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


doorstrijken

 

doorstrijken

Doorstrijken is een methode om bij metselwerk een stevige voeg te hebben: de voeg wordt met dezelfde specie aangebracht als de metselspecie voor het metselwerk zelf en in vrijwel dezelfde "arbeidsgang". Er zijn daardoor geen hechtingsproblemen tussen metselwerk, metselspecie en voegspecie. (De later uitgevoerde voegactie met speciale voegspecie, nadat het metselwerk is uitgehard, is hier dus niet van toepassing.) 
De metselspecie dient vol en zat te worden aangebracht.

Zoals vroeger gebruikelijk was, wordt de metselspecie bijna "naar buiten" geduwd. Na ongeveer een half uur is de metselspecie meestal voldoende gehard om met een voegspijker of voegroller (pointmaster, easypointer) aan te drukken en af te werken. Het tijdstip waarop de mortel voldoende stijf is om de voeg glad af te werken, is o.m. afhankelijk van temperatuur, luchtvochtigheid, plasticiteit van de specie en hardheid van de steen (zuigende karakter van de steen). Bij sterk zuigende stenen moet eerder met afwerken worden begonnen dan bij weinig zuigende stenen omdat de mortel sneller uitdroogt. Afwerken op een te plastische mortel heeft smetwerk tot gevolg; afwerken op een te ver doorgeharde mortel heeft een onregelmatig oppervlak tot gevolg. Meestal blijkt het een wachttijd te zijn van 30-60 minuten. Voor de verschillende soorten zuigende steen zijn verschillende doorstrijkmortels verkrijgbaar, bijvoorbeeld DS15-0 t/m -3 van MegaMix.
Door het "pointeren" ontstaat een voeg met een constante voegdiepte. 

Het is gebleken dat voegen door het "onmiddellijk" doorstrijken homogener en daarmee sterker worden. Deze doorgestreken voegen hebben minder last van doorslag van water wat in de winter stukvriezen sterk reduceert. De slechte aanhechting van de achteraf aangebrachte voeg, bijvoorbeeld bij zeer droog weer of onvakkundig voegen, komt bij doorstrijken uiteraard niet voor.
Vooral wanneer een minimale stootvoeg wordt toegepast, kan met de voegroller snel worden gewerkt; het metselwerk krijgt bij zo'n stootvoeg een massiever maar ook wel een wat statisch uiterlijk.

Aspecten (met dank aan o.m. Aberson)
- Werk met een doorstrijkmortel. 
- De metselmortel heeft bij doorstrijken ook een esthetische functie (zichtbaar immers). Om kleur- en structuurverschillen te vermijden dienen de materialen (zand, cement, pigment e.d.) voor de gehele muur of partij gelijk te zijn. Standaard ijn ca. 10 kleuren beschikbaar en uiteraard is maatwerk mogelijk.
- De zandkorrelopbouw is iets fijner waardoor een compactere mortel ontstaat.
- Het cementgehalte is iets groter.
- Het luchtgehalte is kleiner dan normaal (max. 9%).
- Bij elk project kunnen er projectgebonden voor- en nadelen zijn.
- Er zijn verschillende voegpennen voor de voegroller beschikbaar om een nette voeg te maken.
- In het buitenland wordt meestal niet achteraf gevoegd en wordt de doorstrijkmethode standaard toegepast.
- Voor elk metselwerk, dus ook voor doorstrijkwerk, geldt: "Voorkom het optreden van uitslag, cementsluier en hechtingsverlies door het verse metselwerk minimaal 48 uur (bij voorkeur nog langer) afdoende te beschermen tegen uitdroging en inwatering. Werk bij voorkeur met een steiger met gaasdoek en kap."
- Ook voor elk metselwerk geldt: "Doorstrijkmortel verwerken bij een omgevingstemperatuur > 0 C, waarbij de morteltemperatuur ≥ 5 C moet zijn."

Voordelen doorstrijken
- De muur is een monolitisch geheel en heeft minder last van afbrokkelen van de voeg; geen zwakke verbinding tussen metselwerk en voeg; de voeghardheid is meestal minimaal VH35.
- Onderhoudsarme gevel; niet uitkrabben en opnieuw vullen van de voeg na een aantal jaren.
- En partij is verantwoordelijk voor de muur; vaak lagere kosten.
- Kost meestal minder tijd en bouwtijd.
- Tijdens aanbrengen en harding van de voeg is er voldoende vocht aanwezig, wat de hechting van de "voeg" met de steen verbetert.
- Geen verhoogde kans op vorstschade.
- Minder last van doorslag van regen.
- Bij het gebruik van hefsteigers is doorstrijken ideaal; bij achteraf voegen moeten de steigers langere tijd blijven staan (minimaal twee weken).
- Vooral bij verdiepte voegen is doorstrijken beter dan achteraf voegen; bij achteraf voegen dient de voeg (te) ver uitgekrabt te worden en is de voeg zelf eigenlijk te ondiep.
- Doorstrijkmortels voorzien van tras en fijn zand verminderen de kans op eventuele witte uitslag aanzienlijk. De meeste doorstrijkmortels zijn uitbloeiingsarm.
- Duurzaam bouwen: bijvoorbeeld Remix Doorstrijkmortel heeft het Dubokeur.

Nadelen doorstrijken
- Een nadeel is dat de metselprofielen bij het stellen bijvoorbeeld 10 cm van de muur los moeten staan, om de voeg goed af te kunnen werken (voordeel is dat je geen lelijke metselresten op de muur hebt waar het profiel gestaan heeft, zoals bij achteraf voegen nog wel eens gebeurt). Tegen het profiel kan met een lijmtang o.d. een koppelprofiel met de lagenmaat worden aangebracht.
- De duur van de arbeidsgang is afhankelijk van het opstijfgedrag van de mortel.
- Een ander nadeel is dat de meeste metselaars niet de kennis en kunde bezitten om het voegwerk door te strijken; de opleidingen besteden hier blijkbaar (nog) niet voldoende aandacht aan.
- "De samenstelling van de metselspecie mag nooit gewijzigd worden door extra toevoegingen in welke vorm dan ook, met uitzondering van wat extra water voor de verwerkbaarheid."
- Met de doorstrijkmethode zijn meestal niet de enorm gladde voegen te verkrijgen zoals bij uitkrabben en achteraf voegen.


aanbrengen metselspecie vol en zat om goed te kunnen doorstrijken (vande moortel):


doorstrijken van de voegen met een voegroller (pointmaster; knb keramiek):


detail van de pointmaster (weber beamix):


profielen bij het stellen ca. 10 cm vrij houden van metselwerk (aberson):


Documentatie
- Doorstrijkmethode (van Aberson)

- Kwaliteit van voegwerk; doorstrijkwerk (van KNB)


Met dank aan Aberson, Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek KNB, Maxit/Beamix  en Steenbakkerij Vande Moortel.