home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


donk

 

donk

Een donk is een voormalige rivierduin of pleistocene zandrug die uitsteekt boven de omgeving. De omgeving was vaak een moeras. 
Donken zijn dus vaak overblijfselen van rivierduinen die in droge perioden ontstonden uit verstoven zand van drooggevallen rivierbeddingen, bijvoorbeeld in de laatste ijstijd, het Weichselien. Het hoogteverschil dat we nu zien, is (ook) een gevolg van het inklinken van het omringende land. Door de steeds voortgaande ontwatering van het veen, gaat de vertering van het veen door en blijft het maaiveld dalen. Door de vaste zandige ondergrond en vooral de hoge ligging waren donken geschikt voor vroege bewoning. Een aantal donken heeft dan ook een rijke historie.

Een donk is te vergelijken met een stroomrug


de donk van hillegersberg; volgens de legende verloor de reuzin hillegonda zand uit haar schort en ontstond zo de hillegersberg:

afbeelding van donken in de alblasserwaard en een doorsnede van n van die donken; klik voor groter (boek "rimpels in het vlakke land", van marc van den broek, bas van kleef en joep lennarts, de volkskrant):


de schoonenburgsche heuvel (bij de pushpin) en het plaatsje de donk met twee donken (rechts);
klik voor groter (viewer van actueel hoogtebestand nederland ahn):


De herkomst van het woord donk is niet geheel duidelijk. Verwant kunnen zijn het Oudhoogduitse tung (onderaardse ruimte), tunga (het bemesten), het Oudfriese dung (het bemesten), afkomstig uit het Protogermaanse dunga (mesthoop), naast het Oudnoorse dyngja (vrouwenvertrek onder de aarde, (mest)hoop); het is ook niet zeker of genoemde woorden wel alle op dezelfde stam teruggaan. Bron Etymologiebank.

Verg. dekzandrug, drumlin, vliedberg, vloedschuur.

Eng. donk (Pleistocene dune overlain by peat or clay)