home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


dom

 

dom

1. Ook: domkerk. Een dom is een kathedraal, een bisschoppelijke hoofdkerk.


dom notre dame, parijs, bouw 1163-1245 (sacred destinations):


De term dom is mogelijk ontleend aan het Frans dme (bisschopszetel, kathedraal), dat zelf ontleend is via Italiaans domo, duomo (bisschopszetel, kathedraal), aan Latijn domus (huis) verwant met Grieks domos (huis); bron Etymologiebank. Mogelijke afleiding van Domus Dei (Huis Gods).

Eng. dome


2. De term dom wordt ook wel eens gebruikt voor een dak in de vorm van een koepel, als anglicisme uit het Engelse dome. (In Engeland is men begonnen het woord dome te gebruiken in de betekenis van "koepel" als een architectonisch kenmerk van Italiaanse kathedralen; bron Online Etymology Dictionary.)


dom als benaming voor een koepel (glossary of medieval art and architecture


Zie ook gewelf en vooral dakvormen (koepeldak).

Eng. dome