home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


dok, droogdok, nat dok, strobosje

 

dok

1. Een dok is een schuifvormige ruimte waarin een schip in onderhoud kan zijn. Het dok kan onder water gebracht worden zodat het schip er boven kan afmeren en het dok kan rijzen om het schip boven water te brengen, waardoor onderhoud in het droge mogelijk is. Zo'n dok wordt droogdok of droog dok genoemd. 
Een nat dok is een ook een ligplaats voor schepen maar in de vorm van een aftakking van de vaarweg (een soort "zeer kort kanaal") dat met sluizen wordt afgeschermd van de aan- en afvoerweg. Ook bij een nat dok wordt uiteraard het water weggepompt om het schip te kunnen herstellen. 


droogdok (l.m. romeling):


nat dok (fougueux):


Of het woord dok van origine Nederlands is, is niet zeker; meestal wordt aangenomen dat het woord teruggaat op middeleeuws Latijn ducta, doctus, doccia (waterloop), dat behoort bij het werkwoord ducere (leiden); bron Etymologiebank.

Eng. dock


2. Ook: pop. Dokken zijn dubbelgevouwen strobosjes die bij een onbeschoten dak van holle pannen (oudhollandse pannen) werden toegepast om de kieren tussen de dakpannen te dichten. De oude holle pannen hadden geen kop- en zijsluiting waardoor er bij overlapping altijd naden en kieren ontstonden. Om tocht en stuifsneeuw te vermijden werden de grootste kieren vanaf de binnenzijde met dokken gedicht. Resultaat is een gepopt dak, waarschijnlijk alleen nog te zien het Openluchtmuseum Eynderhoof in de buurt van Weert.
Zo'n strobosje wordt ook wel strowis genoemd.


klik voor groter


Met dank aan Piet Hoekman bouwkundig advies.