Termen
uit de bouwfysica. Waterdamp gaat steeds van zones met een sterke concentratie aan damp
naar zones met een minder hoge waterdampconcentratie.
Het verschil in dampdruk is het gevolg van een
verschil in temperatuur of relatieve vochtigheid (RV)
van de lucht aan weerszijden. Bijvoorbeeld poreuze materialen nemen vocht op in evenwicht met de relatieve vochtigheid
van de lucht. Een hogere relatieve vochtigheid betekent een hoger vochtgehalte in het materiaal. Wanneer het materiaal aan de ene zijde in aanraking is met lucht met een lagere dampdruk dan aan de andere zijde,
bijvoorbeeld in een gevel of een dak, dan zal door het verschil in dampdruk waterdamp
stromen door het materiaal. Dit verschijnsel heet waterdampdiffusie
of dampdiffusie. Er ontstaat hierbij een dampstroom.
Damptransport in materialen vindt plaats door de lucht in de poriën
van dat materiaal. Aangezien de meeste muur- en dakconstructies bestaan uit meerdere lagen van verschillende
materialen, zal de dampdiffusie per laag verschillen.
De hoeveelheid damp die door een constructie wordt getransporteerd is afhankelijk
van:
- de grootte van het verschil van dampdruk tussen beide zijden van de
constructie
- de mate waarin de constructie weerstand biedt aan de diffusie.
Het watertransport door de constructie ondervindt daarbij een zekere
weerstand die afhankelijk is van het materiaal en de dikte
daarvan. Deze dampdiffusieweerstand of dampweerstand
wordt weergegeven door de zogenoemde µ-waarde, een dimensieloos getal dat de verhouding weergeeft van de
dampweerstand van het van materiaal ten opzichte van de dampweerstand van een laag
lucht van dezelfde dikte. De µ-waarde van een materiaal geeft dus aan hoeveel keer de dampdiffusieweerstand
van dit materiaal groter is dan die van een luchtlaag met dezelfde dikte.
Materialen zonder poriën hebben een
oneindige dampdiffusieweerstand, bijvoorbeeld glas en staal.
De dampdiffusieweerstand Rd of Z = (µ*d) / (d
lucht), waarin µ de dampdiffusiecoëfficiënt is (dampremmingscoëfficiënt),
d de dikte van de laag en d
lucht = 0,185*10^-9 s, waarmee Z wordt weergegeven door:
Z = 5,3*10^9 * µ * d met als eenheid m/s.
Hoe kleiner de µ-waarde hoe beter de dampdiffusie, d.w.z. des te sneller wordt
de waterdamp wordt afgevoerd. Een hoge µ-waarde is dus meer dampremmend of
zelfs dampdicht
Omdat de getallen van Z niet zo handig zijn (die 10^9 vooral) wordt niet de dampdiffusieweerstand
maar de "dampweerstand" ofµd-waarde gehanteerd (ook wel sd-waarde genoemd,
naar het Duits), dus µ * d waarbij d de dikte van de laag is in meters. De
eenheid van µd is dus ook meter.
De µd-waarde is simpel gezegd te zien als het aantal meter lucht dat
overeenkomt met het desbetreffende materiaal.
Bij de dampweerstand van een gelaagde constructie zonder dampscherm
worden de
waarden van µ*d van de
afzonderlijke lagen opgeteld:
µ*d (constructie) = µ*d (e, d.w.z. overgang buiten) + µ*d
(laag 1) + µ*d (laag 2) + ... + µ*d (laag n) + µ*d (i, d.w.z.
overgang binnen), in meter.
De µ*d van de overgangen worden meestal weggelaten omdat die verwaarloosbaar
zijn; zo ook de dampovergangsweerstanden Zi van 40*10^6 (binnen)
en Ze van 7*10^6 (buiten).
Voorbeelden:
- lucht van 50 mm dik heeft een μd-waarde van 1 (per definitie immers) *
0,05 ofwel 0,05 m
- cellenbeton (variant C3) van 100 mm
dik heeft een μd-waarde van 5 * 0,1 ofwel 0,5 m
- een baksteen van 100 mm dikte heeft een μd-waarde van 1,5 m à 2 m
- een PE-folie van 0,2 mm dik (=
0,0002 m) met een μ-waarde van 100.000 heeft een μd-waarde
van 20 m (20 m of meer wordt als dampremmend beschouw)
- EPS 35 (35 kg/m3) van 50 mm dik heeft een μd-waarde
van 90 * 0,05 ofwel 4,5 m
- PVC van 2 mm dik heeft een μd-waarde
van 20000 * 0,002 ofwel 40 m
- glas en staal hebben een μ-waarde oneindig dus ook een μd-waarde van
oneindig (geen enkele dampdoorgang, volledig dampstoppend)
Dampdiffusie, dauwpunt, isolatie, ventilatie en condensatie (bron Joes van Asten,
van Mul BV ontwerpers en
adviseurs)
- "Vocht wordt in een woning in grote hoeveelheden geproduceerd (in de orde van grootte
van 10 liter per dag, afhankelijk van o.m. het aantal personen). Deze hoeveelheden zijn alleen d.m.v. ventilatie uit een woning te
verwijderen, m.a.w.: ventilatie moet!
- Isolatie in de constructie is bedoeld om
verliezen door warmtetransmissie te beperken. Hoge Rc-waarden
leiden tot minder warmteverliezen en dus minder energieverbruik.
- Vocht in een woning zal zijn weg gaan zoeken naar een plek met een lagere
luchtvochtigheid (dampdiffusie). Een dampremmende folie aan de warme zijde
is noodzakelijk om het vocht te weren uit de constructie en uit de isolatie.
Omdat een dampremmende folie regelmatig wordt onderbroken voor bijvoorbeeld
doorvoeringen zal er op die plekken toch vochtige lucht de constructie en de
isolatie binnen 'lekken' en mogelijk afkoelen en condenseren.
Om schade zoals houtrot in de constructie te voorkomen dient die condens naar
buiten toe te worden afgevoerd: de constructie aan de buitenzijde dient
daarom waterwerend maar dampdoorlatend te worden uitgevoerd."
De term diffusie is afkomstig van het Latijnse diffundere (verstrooien,
uitstromen), van dis (uit elkaar, in welke richting) en fundere
(gieten).