home joostdevree.nl
bouwencyclopedie
nieuws

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


adverteren via Google
 disclaimer / ©

lid NVJ

cottagestijl

 

cottagestijl (1800-1940)

Rieten daken, schilderachtige erkers, spectaculaire schoorstenen en kozijnen met een kleine ruitverdeling waren de kenmerkende eigenschappen van de landhuizen en boerderijen van architect Tijmen-Jan Loggers (1900-198). Loggers legde zich toe op landhuizen voor beter gesitueerden. Loggers legde de nadruk op een goede technische afwerking, degelijke materialen en vooral geluidwerende maatregelen. Platte daken en grote glasoppervlakken vond hij in het Nederlandse klimaat onpraktisch. Loggers' werk was in Nederland uniek want andere architecten gebruikten op z'n hoogst wat elementen uit de cottagestijl. Andere architecten uit Loggers' tijd hielden zich bezig met o.a. de Amsterdamse School. 

De Cottagestijl ontstond in Engeland door de samenwerking van de architecten R.Norman Shaw (1831-1912) en Eden Nesfield (1835-1888). Zij maakten deel uit van de Cranbrook kunstenaarskolonie, 19e-eeuwse genreschilders voor wie de cottages en inwoners van Kent model stonden. Het werk van Shaw en Nesfield werd beïnvloed door de stijlkenmerken van de plattelandscottages voor arbeiders. Zij waren de eersten die deze stijl toepasten voor huizen voor beter gesitueerden. Kenmerkend voor de Cottagestijl zijn een eenheid van plattegrond en opstanden, aangepast aan de ligging in de omgeving. Erkers in alle maten en soorten, soms over twee verdiepingen. Vóór 1870 waren erkers zeldzaam. Gebruik van natuurlijke materialen uit de omgeving zoals riet en baksteen. Met leien beklede gevels, in ons land herkenbaar aan de gepotdekselde gevels.



beurzen, beeldbanken, barters e.d.