De
consistentie
van betonspecie heeft met vervormbaarheid en
verwerkbaarheid te maken en is o.m. afhankelijk van de hoeveelheid water
in de specie, de korrelgrootte van
de toeslagstoffen en van de hulpstoffen.
De
soort betonspecie wordt mede bepaald door het transport van de specie en
bv. met eventueel verdichten van de specie op het bouwwerk. Deze verwerkbaarheid van de
betonspecie wordt uitgedrukt met de consistentieklasse. De consistentie
met een zetmaat
van 80 mm is voor niet-complexe constructies een goede maat.
De
consistentiegebieden vloeibaar en zeer vloeibaar zijn toegevoegd omdat steeds vloeibaarder
betonspecie gebruikt wordt. Voordelen van meer vloeibare soorten
betonspecie waaronder het extreem vloeibare betonspecie, het zgn.
zelfverdichtende beton, zijn o.m.: storten gaat sneller en
gemakkelijker, vult de bekisting beter, gladder oppervlak na ontkisten,
nauwelijks extra egalisatie bij vloeren, zeer geschikt voor beton met
hoge wapeningsgraad.
Als maat voor de verwerkbaarheid van betonspecie wordt sinds 2005 gewerkt met consistentieklassen
in plaats van consistentiegebieden. De keuze van de consistentie is
afhankelijk van het te storten bouwdeel (afmeting, wapeningsdichtheid) en de
wijze van verdichten.
De klassen omvatten aanduidingen met C (Compaction, verdichtingsmaat), S
(Slump, zetmaat) of F (Flow, schudmaat/vloeimaat).
De meest bruikbare
klassen zijn C0, C1, S2, S3, S4, F5, F6, de vetgedrukte klassen.
vloeren, hoge slanke
constructies;
grootste korrelafmeting 16 mm;
speciale eisen volgens richtlijn BRL 1801
afbeeldingen:
klik voor groter
*) Voor schudmaat
aangepaste kegel H=200 gebruiken (15 keer schudden).
**) Voor zeer vloeibaar en zelfverdichtend beton vloeimaat en
stabiliteit volgens BRL 1801.