home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


competenties

 

competenties

"Competentie omvat het geheel van declaratieve en procedurele kennis die nodig is voor een bepaalde vaardigheid. Het begrip competentie kan verwijzen naar de afzonderlijke vaardigheden, kennis en attitudes (of "houdingen") die iemand in staat stellen om zijn professionele taken succesvol uit te voeren. De competenties beschrijven dat iemand bekwaam of bevoegd is om bepaalde taken, functies en verantwoordelijkheden op te nemen. Het woord verwijst anderzijds ook naar het geheel van alle competenties van een persoon (of een groep).

Voorbeelden van competenties zijn:  
- aanpassingsvermogen
- analyserend
- klantgerichtheid
- communicativiteit
- coŲperativiteit
- doelgerichtheid
- innovatievermogen, creativiteit
- ondernemingszin, commercialiteit
- overredingskracht, overtuigingskracht
- stressbestendigheid
- visie."
(Wikipedia)

"Competenties zijn ontwikkelbare vermogens van mensen om in voorkomende situaties op adequate, doelbewuste en gemotiveerde wijze proces- en resultaatgericht te handelen. Dat wil zeggen: passende procedures te kiezen en toe te passen om de juiste resultaten te bereiken. Competenties hebben betrekking op het gedrag in een context. Gedrag dat nodig is om het gewenste resultaat te bereiken."

Opmerkingen

- "Vaak concentreren we ons op het verbeteren van dingen waar we niet goed in zijn, maar je moet zorgen dat je nog beter wordt in waar je al goed in bent." 
- Belangrijk bij werk is dat het met plezier gebeurt. Als je niet per se voor geld hoeft te werken, wat doe je dan het liefst? Eigenlijk moet je je daarop concentreren.
- Het grote nadeel van de gerichtheid op competenties is dat aan de vaardigheid (vakmanschap) minder belang wordt gehecht dan aan alle bijkomende, niet voor het vak zelf noodzakelijke competenties. Natuurlijk is het zeer handig te weten in welk deel van het gehele productieproces je je thuis voelt en is het tegenwoordig wellicht belangrijker wat je eventueel zou kunnen (capaciteiten, competenties) dan wat je kunt (het puur vakgerichte). Maar het hele spectrum aan competenties hoeft zeker niet bij elke werkopdracht betrokken te worden. Waarschijnlijk wordt de fixatie op competenties veroorzaakt omdat (te) veel alfa- en gamma-mensen zich met het onderwijs in technische vaardigheden bezighouden. Een beetje gechargeerd wellicht, maar: beta-mensen zijn goed in het denken en doen, terwijl de overige categorieŽn zich graag met overleg, relaties en netwerken bemoeien ("bij alfa- en gamma-mensen zijn kennissen vaak belangrijker dan het hebben van kennis"). Hoewel enige relationele, psychologische, mens-geŲriŽnteerde context bij technische vaardigheden zeker een voordeel is, haalt teveel nadruk op deze relationele aspecten vaak de aandacht weg van waar het werkelijk om gaat: het maken van iets, het vakmanschap, de vakliefde. Een vakman moet ook de diepte in gaan, meer details van zijn vak kennen (en kunnen uitvoeren!), en minder de breedte in (allerlei de laatste decennia toegevoegde competenties). Het is duidelijk dat het voornamelijk niet-bŤta-mensen zijn bij het Ministerie die de regels opstellen voor het technische onderwijs (vooral het MBO). Niet iedereen hoeft een product te maken van idee tot marketing en nazorg.
- Er lijkt toch voorzichtig een kentering plaats te vinden om scholieren en studenten juist weer "harde" competenties te geven, dat wil zeggen werkelijk vakmanschap: met een theoretisch basis correct en doorwrochten omgaan met materie. Deze terugkeer naar de "kunde" in plaats van de "kennis" wordt vooral ingegeven door het bedrijfsleven dat merkt dat mob'ers en ingenieurs vaak de "kunde" ontberen. In de studie speelt hier de zogenoemde CDIO een rol. CDIO staat voor Conceiving, Designing, Implementing, Operating en houdt in dat studenten vooral goed leren door te doen en niet (alleen) door het te ondergaan: door het doen leert men gemakkelijker dan er (alleen maar) over te leren. Door het doen onthoud je de materie ook gemakkelijker. Uiteraard is een theoretische basis onontbeerlijk om de praktijk te begrijpen, maar kunde en kennis dienen in balans te zijn. Vooral in de eerste twee jaren van het technisch onderwijs schijnt CDIO zijn vruchten af te werpen en zijn er door de meer praktische benadering minder studenten die afhaken. Misschien vereist dit een ander type docent, in ieder geval heeft het bedrijfsleven, en daarmee ook de student, meer aan de "harde" kunde dan aan overwegend "zachte" (theoretische) kennis. (Met dank aan Dave Wisler over CDIO in Technisch Weekblad 18 van 2012.)
Ook het SER-advies "Handmade in Holland, Vakmanschap en ondernemerschap in de ambachtseconomie" pleit voor meer waardering van het vakmanschap in het onderwijs.
- Technici weten vaak waar zij (en anderen) niet goed in zijn, maar vergeten ook vaak waar zij (en anderen) wel goed in zijn. Het ontdekken van je eigen kwaliteiten opent soms de weg om de kwaliteiten van anderen te zien.
- Bij presentaties wordt door technici vaak de nadruk gelegd op technische details. Bij presentaties voor een breder publiek valt een veelheid aan technische gegevens vaak verkeerd. Probeer in die gevallen na te gaan wat het niveau is van het publiek en met welke vragen ze zitten; dan kunnen er bij de presentatie meer vruchtbare dialogen ontstaan.
- Veel technici hebben moeite zichzelf te verkopen (ze zijn vaak te bescheiden) en vallen daardoor niet op. Laat dus blijken dat je heel trots bent op een goed afgesloten project.
- Om het vak te leren is in veel gevallen een leerling-vakmeester-situatie het beste: de leerling leert het werk en de methoden van een vakman ("meester"). Het handigst is om de theorie op school/hogeschool/universiteit te leren en de praktijk ook werkelijk in de praktijk (langere stage, betaald of onbetaald werk), dan leer je de kneepjes, de tips&trucs, vanzelf. En de vakmeester leert er vermoedelijk wat nieuwe theorieŽn bij... Onder meer de Dosign Academy geeft de mogelijkheid leren en werken te combineren.
- Omdat een architect of opdrachtgever soms zeer creatieve maar technisch bijna onuitvoerbare ontwerpen maken, is het belangrijk dit soort zaken in een bouwteam of door persoonlijk contact boven water te krijgen. Naast een duidelijke beschrijving van de problematiek (gevolgen, risico, niet inschatbare extra kosten e.d.) kan een diplomatieke maar eerlijke opstelling een technisch onmogelijk plan ombuigen naar een constructief correct ontwerp.


Competenties in het MBO (Praktijkoefeningen Consortium Beroepsonderwijs)

A Beslissen en activiteiten initiŽren
A1 Beslissingen durven nemen
A2 Zelf iets beginnen
A3 Soms ook risicoís durven nemen

C Begeleiden
C1 Anderen adviseren en motiveren

D Aandacht en begrip tonen
D1 Luisteren
D2 Je inleven in anderen
D3 Anderen steunen
D4 Jezelf laten zien en kennen

E Samenwerken en overleggen
E1 Anderen betrekken
E2 Raad vragen
E3 Informatie doorgeven
E4 Aanpassen aan de groep
E5 Bijdrage van anderen waarderen

F Ethisch en integer handelen
F1 Rekening houden met het milieu
F2 Niet discrimineren
F3 Rekening houden met anderen

I Presenteren
I1 Iets duidelijk vertellen aan anderen
I2 Humor en enthousiasme tonen

J Formuleren en rapporteren
J1 Een verslag nauwkeurig maken
J2 Nauwkeurig en volledig zijn
J3 Verslag is begrijpelijk voor een ander

K Vakdeskundigheid toepassen
K1 Wat je voor je vak geleerd hebt, goed gebruiken

L Materialen en middelen inzetten
L1 De juiste materialen en gereedschappen gebruiken
L2 Er goed voor zorgen en zo min mogelijk verspillen

N Onderzoeken
N1 Informatie zoeken
N2 Iets doen met nieuwe informatie

P Leren
P1 Jezelf verder willen ontwikkelen
P2 Leren van fouten
P3 Leren van feedback van anderen

Q Plannen en organiseren
Q1 Doelen stellen en plannen
Q2 Tijd indelen en bewaken
Q3 Zorgen dat alles wat nodig is, aanwezig is

R Op de behoeften en verwachtingen van de klant richten
R1 Goed luisteren en bedenken wat de klant wil
R2 Daarbij aansluiten
R3 Kijken of de klant tevreden is

S Kwaliteit leveren
S1 Systematisch werken
S2 Controleren of het werk voldoet aan de eisen

T Instructies en procedures opvolgen
T1 Werken volgens voorschriften
T2 Werken volgens veiligheidsvoorschriften
T3 Gedisciplineerd

V Met druk en tegenslag omgaan
V1 Goed werken onder druk
V2 Grenzen stellen als het te veel wordt
V3 Niet boos worden of jezelf terugtrekken als iets niet lukt

W Gedrevenheid en ambitie tonen
W1 Met enthousiasme aan de gang gaan
W2 Laten zien dat je iets wilt bereiken


Competenties  zoals bij UWV vermeld

 

 

Competentie

Help

Beslissingen nemen

- U neemt op het juiste moment beslissingen. Ook als het een lastige of moeilijke beslissing is. 
- U neemt zelf het initiatief. 
- U neemt de verantwoordelijkheid voor uw beslissingen en acties.

Anderen aansturen

- U verdeelt taken. 
- Bij het verdelen van taken houdt u rekening met iemands vaardigheden. 
- U maakt anderen duidelijk wat ze moeten doen. U geeft bijvoorbeeld aan wat belangrijk is en wat niet. 
- U geeft duidelijke instructies en aanwijzingen. 
- U controleert of iedereen zich aan de afspraken houdt. 
- U houdt in de gaten of anderen hun werk goed doen.

Anderen begeleiden

- U geeft anderen advies bij het uitvoeren van hun taken en opdrachten. 
- U motiveert anderen om bepaalde doelen te bereiken en om problemen zelf op te lossen. 
- U helpt anderen om beter te worden in het uitvoeren van hun taken en opdrachten.

Aandacht voor anderen

- U hebt interesse voor de ideeŽn en meningen van anderen. 
- U luistert goed en u begrijpt de gevoelens van anderen. 
- U steunt mensen die het moeilijk hebben.

Samenwerken en overleggen

- U betrekt anderen bij het nemen van beslissingen en het uitvoeren van taken. 
- U overlegt regelmatig. 
- U hebt interesse voor het werk en de mening van de mensen met wie u samenwerkt. 
- U zorgt dat mensen goed kunnen samenwerken.

Betrouwbaar en eerlijk zijn

- U bent betrouwbaar en eerlijk. 
- U houdt rekening met uw omgeving. 
- U discrimineert niet en respecteert de verschillen tussen mensen.

Contact maken en netwerken

- U maakt makkelijk en actief contact met verschillende soorten mensen. 
- U weet hoe u een relatie goed moet houden, ook als er moeilijkheden of problemen zijn. 
- U onderhoudt uw netwerk. U belt, e-mailt en spreekt regelmatig met mensen die u kent van uw werk of privťleven.

Anderen overtuigen en beÔnvloeden

- U maakt een goede eerste indruk. 
- U overtuigt andere mensen makkelijk. 
- U kunt uw idee of mening goed onderbouwen. 
- U bemiddelt als er ruzie of onenigheid is tussen andere mensen.

Presenteren

- U legt zaken duidelijk uit. 
- U kunt uw presentatie aanpassen aan uw publiek. 
- U komt op anderen betrouwbaar en deskundig over. 
- U kunt iets enthousiast en met humor vertellen.

Schrijven en rapporteren

- U structureert informatie logisch in een verslag of rapport. 
- U schrijft foutloos en duidelijk. 
- U weet hoe u lezers moet boeien met uw teksten.

Vakdeskundig werken

- U bent vakdeskundig. Met uw vakdeskundigheid kunt u vragen en problemen in het werk zelfstandig oplossen. 
- U hebt de lichamelijke kracht en de handigheid om uw werk goed te kunnen doen. 
- U deelt uw vakdeskundigheid met anderen als dat nodig is.

Materialen en middelen inzetten

- U weet welke materialen en middelen u nodig heeft voor een taak of opdracht. 
- U gebruikt deze materialen en middelen op de juiste manier. 
- U zorgt goed voor de materialen en middelen die u gebruikt.

Logisch nadenken

- U bedenkt oplossingen voor een probleem door logisch na te denken. 
- U kunt informatie nauwkeurig en kritisch analyseren. 
- U kunt gegevens en informatie structureren en de hoofd- en bijzaken scheiden.

Ontdekken en verkennen

- U kunt een vraag of probleem van meerdere kanten bekijken. 
- U zoekt actief naar nieuwe informatie om een vraag of probleem op te lossen. 
- U staat open voor nieuwe informatie.

Vernieuwen en vooruit denken

- U komt zelf met creatieve en nieuwe ideeŽn. 
- U neemt het initiatief om dingen te veranderen. 
- U denkt vooruit en kunt hiervoor ook plannen maken. U bedenkt bijvoorbeeld hoe iets goedkoper, sneller of beter kan.

Leren

- U houdt uw vakkennis en vaardigheden bij. 
- U leert van fouten en kritiek. 
- U wilt steeds iets nieuws leren en u bent hier actief mee bezig.
- Belangrijk: u leert uzelf beter kennen, wat uw kwaliteiten zijn, waar u goed in bent, hoe u zich opstelt in lastige situaties.

Plannen en organiseren

- U kunt uw taken goed plannen en organiseren. 
- U kunt de activiteiten en taken van anderen plannen en organiseren. 
- U deelt uw tijd goed in. 
- U zorgt dat er extra mensen of middelen zijn als dat nodig is. 
- U zorgt dat doelen op tijd worden gehaald.

Klantgericht werken

- U vraagt wat de klanten belangrijk vinden en u doet uw best aan hun wensen te voldoen. 
- U houdt rekening met de wensen van klanten. 
- U biedt de klant service en u komt uw afspraken na. 
- U houdt in de gaten of klanten tevreden zijn.

Kwaliteit leveren

- U vindt de kwaliteit van uw eigen werk belangrijk. 
- U weet welke kwaliteit en productiviteit uw eigen werk moet hebben. 
- U houdt de kwaliteit en productiviteit van uw eigen werk goed in de gaten. 
- U houdt de kwaliteit en productiviteit van het werk van anderen in de gaten. U spreekt anderen daarop aan als dat nodig is.

Werken volgens de regels

- U werkt volgens de regels en u doet wat er gevraagd wordt. 
- U houdt zich aan de voorschriften en wetten. U draagt bijvoorbeeld een veiligheidshelm in de bouw.

Omgaan met verandering

- U kunt goed omgaan met onzekere en onduidelijke situaties. 
- U staat open voor nieuwe ideeŽn en plannen. 
- U went snel aan veranderingen en nieuwe situaties. 
- U vindt het geen probleem dat zaken regelmatig veranderen. 
- U kunt goed omgaan met verschillende soorten mensen.

Omgaan met spanning en tegenslag

- U blijft rustig en positief bij tijdsdruk of spanningen. 
- U kunt goed tegen kritiek. 
- U geeft goed uw eigen grenzen aan.

Succesvol willen zijn

- U hebt ambitie en u houdt van uitdagingen. 
- U neemt graag de verantwoordelijkheid voor taken en opdrachten. 
- U werkt gedreven en enthousiast. 
- U wilt graag carriŤre maken en succesvol zijn.

Ondernemen en commercieel zijn

- U gaat actief op zoek naar zakelijke mogelijkheden. 
- U ziet zakelijke kansen en mogelijkheden. 
- U maakt gebruik van kansen en mogelijkheden. 
- U wilt het succes van uw organisatie vergroten.

Kostenbewust zijn

- U begrijpt dat zaken geld kosten. U begrijpt ook wat deze kosten betekenen voor het uitvoeren van uw taken. 
- U maakt steeds een afweging tussen de kosten en de opbrengsten van een besluit. 
- U begrijpt dat bepaalde ontwikkelingen en beslissingen gevolgen hebben voor de hele organisatie.


Ingenieurs en ingenieursopleidingen in Nederland vergeleken met Duitsland (Mark van Baal in Technisch Weekblad 2014-8/9)
- Duitse ingenieurs zijn praktischer opgeleid. Op Duitse universiteiten is bijvoorbeeld veel aandacht voor praktische boortechnieken en een Duitse mijnbouwstudent loopt elk jaar een paar weken stage.
- In Duitsland wordt vakkennis hoog gewaardeerd. Opleiding (Ausbildung) speelt een belangrijke rol.
- In Nederland zijn ingenieurs vaak generalisten, terwijl men zich in Duitsland graag specialiseert. In Duitsland is de waardering voor ervaren ingenieurs, specialisten, zeer hoog.  (In Nederland vindt men al snel dat je ergens te lang zit of iets te lang doet.) Duitse bedrijven hebben vaak zelf specialisten in dienst, terwijl men die in Nederland vaak inhuurt.
- Veel bedrijven in Duitsland hebben bedrijfsscholen. Pas na vele jaren is men daar Meister, een zeer gewaardeerde titel. In Nederland komen er ook wel van die opleidingen maar men beschouwt een bedrijfsopleiding in Nederland toch vaak als geldverspilling.
- In Nederland stappen veel (net) afgestudeerden in technische opleidingen uit de techniek en worden consultant of manager.
- Nederlandse ingenieurs zijn meer doelgericht en Duitse meer procesgericht (wat conservatiever, formeler, wellicht minder ondernemend).
- Duitsers waarderen de Nederlandse directheid, maar houden niet van te populair gedrag. (Hou daar wel rekening mee als je in Duitsland gaat werken. Denk er dan ook dat je de Duitse taal goed beheerst; daar hecht men veel waarde aan.)
- Nederlandse ingenieurs kunnen goed schakelen tussen formeel en informeel en zijn daarom goed in onderhandelen.
- Duitse ingenieurs zijn goed in het vertalen van wetenschappelijk onderzoek naar productie. (De Duitse GrŁndlichkeit werpt haar vruchten af.)
- De degelijkheid van Duitse ingenieurs staat wellicht de creativiteit in de weg. Nederlandse ingenieurs voelen zich meer thuis in het geven van presentaties e.d. waarbij het publiek met moeilijke vragen mag komen. 

Documentatie

- Ontdek welke beroepen passen bij welke competenties (de Competentieatlas)

Zie ook eventueel startup onderneming, agile werken, management, lean bouwen, het nieuwe werken (hnw).

Eng. competence, jurisdiction, cognizance