home bouwencyclopedie

disclaimer / ©, cookies, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


cementeren, cimenteren, slempwerk

 

cementeren

1. Ook: cimenteren (Vlaams). Cementeren is een techniek waarbij het metselwerk van de buitenmuur wordt behandeld met een dunne laag cement. Daardoor krijgen de stenen en de voegen een egale grijze kleur. De techniek geeft extra bescherming aan de muur zonder deze af te sluiten van de buitenlucht. Ook zijn andere kleuren mogelijk dan grijs. Het resultaat wordt ook wel slempwerk genoemd (slemp is eigenlijk dunne wat slijmerige klei en zo ziet de grijze brij er ook wel uit). 

In de 18e en 19e eeuw werd de techniek vooral gebruikt bij verbouwde boerderijen. Na zo'n verbouwing was vaak te zien dat er twee of meer kleuren stenen in waren verwerkt. Om er weer één geheel van te maken werd er dan gecementeerd, in grijs altijd. Bij bijvoorbeeld de gebouwen van de Bossche School werd vaak gecementeerd. De laatste jaren zien we de techniek weer terugkeren, en met meer kleuren nu. Door te cementeren worden ook bijvoorbeeld vorst- en verweringsplekken verdoezeld. We zien deze techniek of een daarop lijkende, vanwege de uitstraling, ook steeds vaker terug bij nieuwbouwprojecten. 
Ook binnenshuis werd en wordt gecementeerd, vooral in vochtige ruimten waar na het cementeren, en eventueel het lijmen van een waterdichte mat, tegels gezet kunnen worden. 

Voordelen
- kleine beschadigingen van de ondergrond worden weggewerkt
- de muur wordt beschermd tegen vochtinvloeden
- onderhoudsarm
- de structuur van de muur blijft zichtbaar
- geen schilderwerk meer nodig
- de muur blijft ademen. 

Mogelijk nadeel: bij zware regenval kunnen donkere plekken te zien zijn die bij het opdrogen van de muur weer helemaal verdwijnen. (Bij toevoegen van Compaktuna aan de pleistermortel zal deze veel meer waterdicht reageren en alleen oppervlakkig water opnemen. De muur heeft sneller weer zijn normale uiterlijk.)

Werkwijze van het cementeren (Hubo)
waarbij o.a. compaktuna wordt toegepast.

Om een zogenoemde rotspleister (rustiek, rocher of geduimde cementering) te verkrijgen, wordt het oppervlak in een ruwe textuur aangebracht of bewerkt (met als resultaat bijvoorbeeld onderstaande foto's):





Zie de brochure van Compaktuna en bij het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed.

Tekst en afbeeldingen Architectenweb, firma Van Gestel (Haaren), Remix Droge Mortel, Vrij Technisch Instituut België, Buyse Seghers architecten, Compaktuna en Hubo.

Verg. keimen, kaleien, berapen, kristal cement graniet (kcg), rocaille, spuitbeton, tadelakt, vertinnen.


2. Cementeren is het fixeren van de casing pijpen en het scheiden van de ondergrondse formaties met behulp van een cementpap. 

Het is belangrijk dat olie- en gasputten goed worden gecementeerd, om instorting van het boorgat te voorkomen bij het boren naar gas en olie. Hiervoor worden stalen casing pijpen gebruikt waar een speciaal samengestelde slurrie van cement omheen wordt gestort. Deze isolatie voorkomt stroming van gassen of vloeistoffen tussen verschillende geologische formaties.
Tekst Verkley.


3. Ook: carboneren. Cementeren is een thermochemische oppervlaktebehandeling. De methode bestaat uit het inbrengen van koolstof in de oppervlakte op een hoge temperatuur, gevolgd door het afschrikken. Cementeren of carboneren heet ook "inzetten"; de belangrijkste twee methoden van carboneren zijn: in een gasstroom en in een wervelbed.
Tekst Mainpress.
Verg. carbonatatie.
Eng. to cement