home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


cella, naos

 

cella, naos

1. De cella is de ruimte met het heiligdom van een tempel, oorspronkelijk alleen toegankelijk voor de priesters; de cella was met muren omsloten. Meestal stond in de cella een beeld van de god waaraan de tempel gewijd was.
De Griekse benaming is naos; de pronaos is de voorhal van een Griekse tempel.
Voorbeelden van cella's zijn de tempel van Chons in Karnak, Egypte en het Parthenon (afbeelding onder). 


cella, binnengebied van het parthenon;
klik op de afbeelding voor groter (athens info guide):


De Latijnse term cella betekent klein vertrek of voorraadkamer; het oudere cela is een afleiding van het werkwoord celare (verbergen); bron Etymologiebank.
Eng. (door muren omsloten tempelgedeelte) cella


2. Bij de Romeinse thermen was de cella een ruimte met warm, lauw of koud water. 
De cella media is de centrale hal in de thermen.


3. In de Middeleeuwen was de cella de benaming voor de vrijstaande kamer van de kloosterling (een "kluis").


4. "Een cella is een kleine bidkapel, uitgaande van een klooster, van waaruit bij de verspreiding van het christendom missiewerk werd verricht. Vaak was de cella de kern van grote kloosterstichtingen. Denk aan de talrijke plaatsnamen die eindigen op -zell of -zelle (Duitstalig), -celles (Frans) en -cille (Iers)." Bron Bouwkundige termen van Haslinghuis en Janse.