home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


C14-datering, 14C-datering

 

Advertentie:

C14-datering

Meestal: 14C-datering. De C14-datering is een bepaling van gehalte aan radioactieve koolstof 14C van organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de14C-ouderdom kan worden afgeleid. 14C-datering kan uitsluitend plaatsvinden van organisch materiaal.

Alle levende organismen bevatten radioactieve koolstof. Zodra zo'n organisme sterft, of gekapt wordt zoals bij een boom, neemt de hoeveelheid koolstof in de loop van de tijd met een bekende snelheid af. Vergelijking van de verhouding tussen 14C en 12C in het te onderzoeken dode organische materiaal (Rm) met dat in de atmosfeer geeft de radiocarbon-tijd, dwz. de ouderdom, de tijd tussen de dood van bv. een boom en het moment waarop gemeten is. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór 1950 na Chr. (jaren BP) met daaraan toegevoegd de aan de meting verbonden mogelijke afwijking (standaarddeviatie).

Bij de 14C-datering dient altijd een zekere reserve te worden aangehouden, omdat:
- het 14C-gehalte van organismen in zee, in zoetwater en op vaste aarde verschillend is
- het 14C-gehalte in de atmosfeer niet constant is (o.m. door veranderingen magneetveld van de aarde, activiteit van de zon, veranderingen CO2-evenwicht oceanen en atmosfeer) 
- de halveringstijd van 14C ooit niet geheel correct is bepaald (5568 jaar, terwijl er nu vanuit wordt gegaan dat dat 5730 +/- 40 jaar is).
Daarom is het volgende bepaald:
- we hanteren de oorspronkelijke halveringstijd van 5568 jaar
- er is een correctie met behulp van het radioactieve isotoop 13C
- de 14C-radioactiviteit wordt gemeten ten opzichte van een bepaalde standaard (oxaalzuur, 95% van de waarde in het jaar 1950)
- de tijdseenheid is BP (jaren vóór 1950).

De 14C-tijdschaal kan eventueel geijkt worden aan de hand van de dendrochronologie die tot ca. 14000 jaar terug.



Een andere manier om een vondst te dateren is het pollenonderzoek waarbij de aanwezigheid en hoeveelheid van bepaalde soorten stuifmeel in een onderzochte bodemlaag een bepaalde periode in de geschiedenis kan aangeven (het zogenoemde palynologische of palynologisch-archeologische onderzoek).

Voor onder meer de datering van aardewerk leent zich het XRF-onderzoek (X-Ray Fluorescence spectrometry, dus een soort Röntgen-onderzoek), een volledig non-destructief onderzoek dat zeer veelbelovend is, maar nog wel in de kinderschoenen staat (2012). "Het monster wordt bestraald met laagenergetische röntgenstralen. De aangestraalde atomen in het monster zenden daardoor fluorescentiestraling uit die voor elk element een ander energieniveau heeft. Deze stralen worden opgevangen door een detector die ze omzet in een elektrisch signaal. M.b.v. bekende signalen van standaarden waarmee het apparaat gekalibreerd is, kan met een PC de concentratie in het monster worden berekend." (Waarborg Holland) Door vergelijking met bekende monsters uit een bepaalde periode en een bepaalde streek kan kan gedateerd worden.

Met dank aan o.m. J. van der Plicht ("Datering met de 14C-methode", Grondboor & Hamer nr 5/6, Nederlandse Geologische Vereniging).

Verg. dendrochronologie.

Eng. C14 dating, radiocarbon dating