1.
Een
brug is een beweegbare, een vaste of een drijvende verbinding voor het verkeer tussen twee punten, die door water of anderszins gescheiden zijn
(Van Dale).
Een brug
moet aan een aantal eisen voldoen:
- de brug moet sterk zijn; de pijlers moeten de brug kunnen dragen en er moet verkeer
overheen
- de brug moet stabiel zijn; ongelijke belasting moet opgevangen
worden
- de brug mag niet gaan trillen, bijvoorbeeld bij sterke wind (denk aan de ramp
met de Tacoma-brug)
- de brug moet tegen weersinvloeden bestand zijn; onderdelen zetten bijvoorbeeld
uit bij warmte en krimpen bij kou
- de brug moet veilig zijn; hekken langs de randen, onderhoud op grote
hoogte moet mogelijk zijn
- de ruimte onder de brug moet voldoende zijn voor doorvaart (over
water) of doorgang (over land)
- de brug moet architectonisch interessant zijn, als "look-at-me"
en "marketingtool" (vaak is dit aspect belangrijker dan de functie
van de brug zelf).
Beweegbare bruggen
hebben een bewegend gedeelte om doorvaart mogelijk te maken, o.m.: basculebrug (soort ophaalbrug),
draaibrug, hefbrug, klepbrug (soort ophaalbrug),
ophaalbrug of valbrug of wipbrug.
Vaste bruggen zijn hoog genoeg om doorvaart mogelijk te maken
of hoeven daarion niet te voorzien, o.m.: balkbrug, boogbrug,
caissonbrug,
cantileverbrug (kraagliggerbrug), hangbrug,
knuppelbrug, kwakel, liggerbrug (soort balkbrug),
lianenbrug, tuibrug,
vakwerkbrug.
Drijfbruggen
zijn bruggen die op het water liggen, o.m.: ijsbrug, vlotbrug, pontonbrug.
Bij grotere overspanningen is een combinatie van een vaste en een beweegbare
brug is ook mogelijk, bijvoorbeeld de Erasmusbrug
in Rotterdam.
Door ruimtegebrek kunnen soms bruggen geschikt gemaakt zijn voor huisvesting, bijvoorbeeld
de Ponte Vecchio in Florence.
De foto's hieronder tonen de tuibrug over het
dal van Millau in de Languedoc die met 343 m de hoogste pijlers heeft.
De
term brug is waarschijnlijk afkomstig van het Protogermaanse brugj dat misschien een afleiding bij
is van het Proto-indo-europese bhru (stam, balk). De ontronde vormen breg(ghe),
zoals in de plaatsnaam Terbregge (Zuid-Holland), en brig(ghe) zijn Noordzee-Germaans en komen voor van Friesland tot
West-Vlaanderen; Brug(ghe) is de zuidelijke variant; bron Etymologiebank.
Eng. bridge
2. De benaming "brug" wordt ook voor andere overbruggingen
gebruikt, zoals de brug of hefbrug in de autogarage en overdrachtelijk in
bijvoorbeeld koudebrug.
Eng. bridge (maar een autolift is car lift, hydraulic ramp)