1.
In Nederland gelden brandklassen 1 t/m. 5 waarbij 1 de hoogste is, dwz.
het best bestand tegen brandvorming.
Euroklasse
De Europese klassering loopt van A1 t/m F, waarbij A1 het hoogst haalbare is (materiaal mag zelfs niet gaan gloeien) en F het laagst. Klasse D nieuw is slechter dan klasse 1 oud; klasse B komt
met 1 oud overeen.
Ook de rookvorming en de druppelvorming is in deze
klassering meegenomen: een bijna onbrandbaar product dat veel rook
verspreidt scoort daarmee slechter (dus een hoger getal of letter in de schaalklasse).
De klassering wordt vaak aangeduid met An Sn Dn waarbij het getal achter de
letter de klasse aangeeft (zei de tabellen verderop).
Materialen met euroklasse A1 mogen, per definitie, geen rookvorming en geen
druppelvorming hebben (klasse A1 staat dus gelijk aan klasse A1 S0 D0).
Europese klassering
brandklasse
materiaalgedrag
bij brand
in de praktijk
A1
geen enkele bijdrage
onbrandbaar
A2
nauwelijks bijdrage
praktisch onbrandbaar
B
zeer beperkte bijdrage
zeer moeilijk brandbaar
C
grote bijdrage
brandbaar
D
hoge bijdrage
goed brandbaar
E
zeer hoge bijdrage
zeer brandbaar
F
gevaarlijke bijdrage
uiterst brandbaar
Verder zijn bij een materiaal bij brand de mate van rookvorming en
druppelvorming van belang:
rookvorming, rookproductie
S0
geen rookvorming
S1
gering
S2
gemiddeld
S3
groot
druppelvorming, brandende druppels
(direct gevaar voor personen)
D0
geen productie van brandende delen
D1
delen branden korter dan 10 sec
D2
delen branden langer dan 10 sec
Aspecten die bij de bepaling van de brandklasse een rol spelen zijn o.m. temperatuurstijging, massaverlies, vlamuitbreiding, mate van branduitbreiding, horizontale vlamuitbreiding, totale calorische waarde, rookontwikkeling, vlamtijden, totale hitte-ontwikkeling, totale rookproductie, productie van brandende druppels/delen.