home joostdevree.nl
bouwencyclopedie
nieuws

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


adverteren via Google
 disclaimer / ©

lid NVJ

boog

 

boog

1. Een boog is een gebogen overspanning tussen twee punten, ter ondersteuning van een gewelf, brug e.d., waarbij de druk zijdelings wordt afgevoerd. 

Soorten bogen zijn bijvoorbeeld:
accoladeboog, crazy vaults, ezelsrugboog, florentijnse boog, gordelboog, hoefijzerboog, keperboog, kielboog, klaverbladboog (driepasboog), korfboog, lancetboog, luchtboog, muraalboog, rondboog, schaarboog, scheiboog, segmentboog, spitsboog, tudorboog.

De Romeinen hebben voor het eerst de boog toegepast die bestaat uit wigvormige stenen en die aan weerszijden rust op pijlers, zie de middelste foto hieronder. Een aantal gewelven zijn van deze grondvorm afgeleid.

Zie ook bijvoorbeeld aanzetsteen, aquaduct, boogfries, gewelf en spaarboog.

 


Het woord boog is ontleend aan het Protogermaanse buga (boog; denk ook aan buigen). Het Oudnederlandse thenedon bogo betekent "zij spanden hun boog" (10e eeuw); het Middelnederlandse boghe betekende ook "gebogen voorwerp" (1240); bron Etymologiebank.

Eng. arch


2. Een boog is een deel van een gebogen lijn of cirkel.
Eng. arc



beurzen, beeldbanken, barters e.d.