home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


bindmiddel

 

bindmiddel

Het bindmiddel is de component in bijvoorbeeld specie die zorgt voor de hechting tussen de andere componenten. Het bindmiddel "kit" de componenten aaneen. 
Voorbeelden van bindmiddelen voor beton zijn kalk (bijvoorbeeld luchtkalk), cement, soms ook tras en vliegas (tras en vliegas zijn zogenoemde hydraulische toeslagen) en geopolymeer.
Andere bindmiddelen in de bouw zijn anhydriet, bitumen (voor bijvoorbeeld asfalt), gips, harsen (kunstharsen bijvoorbeeld epoxy, polyester, fenol, vinylester), lignine (in bijvoorbeeld hardboard), vloeibaar kaliumsilicaat (bij keimen), lijnolie (voor verf), zwavel (voor zwavelbeton) en in zekere zin ook leem.

De bindmiddelhuid is de dunne toplaag die zich aan het oppervlak van bijvoorbeeld een dekvloer kan vormen. Deze laag bevat een hoge concentratie bindmiddel. Een bindmiddelhuid (carbonaathuid) wordt verwijderd door bijvoorbeeld te schuren met carborundum schuurschijven.

Ook de vloeistoffen die bijvoorbeeld de pigmenten in verf bijeenhouden worden bindmiddelen genoemd.

Alternatieve bindmiddelen zoals CSA (CSAB), geopolymeren en andere alkalisch geactiveerde bindmiddelen (kortom: cement zonder klinker; van Marcel Bruin, 2015). 

Zie ook binding en bijvoorbeeld bindmiddelfactor (k-waarde), composiet, hardboard, rockpanel, specie, steenwol, terrazzo.

Eng. binder, binding agent (bij bijvoorbeeld verf)