home joostdevree.nl
bouwencyclopedie
nieuws

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


adverteren via Google
 disclaimer / ©

lid NVJ

beuk, schip, kerk

 

beuk

1. Ook: schip. In de romp van een kerkgebouw worden onderscheiden de middenbeuk of hoofdbeuk of middenschip (foto), de zijbeuken, de dwarsbeuk of transept, het koor, de apsis. Synoniem voor het woord beuk in een relatie tot een kerkgebouw is schip. Een éénbeukige kerk is een kerk zonder zijbeuken.
De term beuk is een nevenvorm van buik, Middelnederlands buec (buik); bron Etymologiebank.
Zie onderdelen van een kerk
Eng. nave (schip, middenbeuk); aisle is zijbeuk


2. Ook: stramien. De term beuk wordt ook gebezigd bij de ruimtelijke indeling van andere gebouwen dan kerken. Een beuk is dan een door hoofdmuren begrensde ruimte die in de regel afzonderlijk overkapt is. Eénbeukige woningen zijn gebouwen die (meestal in de breedte van de woning) uit één stramien bestaan. Zie ook travee.
Eng. section



beurzen, beeldbanken, barters e.d.