home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


betonemaille, betonemail

 

Advertentie:

betonemaille

Ook, eigenlijke schrijfwijze: betonemail. Betonemaille is geen beton en geen emaille, maar een glimmend bobbelig pleisterwerk zoals vroeger in badkamers, douches en gangen gebruikelijk was en ook wel als lambrisering. Bij renovaties is interesse naar deze vorm van pleisterwerk
Omdat de vroegere ingrediŽnten niet meer verkrijgbaar zijn, heeft Caparol Nijkerk Capaplast Seidenglšnzend daar een goede vervanger voor: een dispersie-plastiekmassa voor zeer sterke binnenbekledingen. Vůůr de Capaplast eerst Capagrund op de muur strijken.

De overwegend positieve Ruud Tesselaar, een bezoeker van deze site die het betonemaille weer aan heeft gebracht: "De Capaplast was heel makkelijk te verwerken. Met een vachtroller lekker dik opgebracht, en met een grove kunststofroller direct even nagerold voor de gewenste structuur. Steeds een half metertje tegelijk natuurlijk. Het is heel mooi geworden, en een aanrader voor wie eens wat anders wil dan tegels. Het is zijdemat glanzend, een verflaag hoeft niet. Wit is eenvoudig, als je een kleurtje wilt dan moet er nog kleurstof in. Het wordt redelijk hard, maar niet zo keihard als betonemaille (als je er met je nagel hard op drukt, dan kun je er een groefje in drukken). Capaplast is wel gevoelig voor koffievlekken, dus plaats bij gebruik in de keuken het koffiezetapparaat niet te dicht bij de muur of verf toch de muur." (Zie de eerste twee foto's onderaan de pagina.)

Gegevens van aannemersbedrijf Koning in Santpoort (1925-1986):
"Betonemaille is de benaming voor anorganische koudglazuren, die ongeveer 90% bestaan uit cement en het overige uit allerhande zgn. geheime producten van chemische samenstelling o.a. aluin voor grotere dichtheid. Zij zijn bestand tegen zuren en logen, worden glashard en steenachtig en kunnen gereinigd worden met water en zeep. Bekend onder de namen ondermeer van betonit, emalux en muroplast. Betonemaille moet altijd gebracht worden op een ondergrond van sterke cementmortel. Elke gewenste kleur is mogelijk, liefst worden lichte tinten gebruikt, vaak met een kwast getamponeerd. Het betonemaille kan ook worden afgedekt met een laag waterglas of blanke cellulose-lak." 

Piet Bot vermeldt in zijn Vademecum historische bouwmaterialen o.m. dat betonemaille vanaf ongeveer 1939 tot circa 1965 voornamelijk in douchecellen en gangen werd toegepast en dat het een goedkoper alternatief was voor wandtegels: 
"Opbouw en samenstelling van betonemaille waren ongeveer als volgt. Op de ruwe gepleisterde stenen wand met een pleisterlaag, waarvan de samenstelling bestond uit de verhouding ťťn portlandcement en drie zand, ging een grondverflaag van witte cement als isolatielaag tegen het te snel uittreden van het vocht uit de volgende laag. Als deze laag nog nat was, werd er een structuur in aangebracht. Dit deed men met behulp van een plank. Door deze tegen de mortel te houden en direct weer terug te trekken ontstond een bepaald patroon. Dit kon ook wel op andere wijzen gebeuren. Deze laag werd uiteindelijk keihard. Hier gingen nog een of twee lagen glanzende alkydharsverf overheen.
Dit laatste behoorde tot het werk van de werkzaamheden van de schilder en werd vanaf ongeveer 1939 tot circa 1965 voornamelijk in douchecellen en gangen toegepast. Het was een goedkoop alternatief voor wandtegels. In 1937 kwam de firma H. v.d. Draay en Zn uit Gouda met de eerste advertentie waarin betonemaille aangeboden werd onder de merknaam Muroplast. (...) Duro-Plastic kwam als merk in 1948 in de handel en werd door Duro Plastic in Den Haag op de markt gebracht. In de desbetreffende advertentie stond dat deze firma al twintig jaar ervaring met dit materiaal zou hebben. Dan zou het product al in 1928 ontwikkeld zijn. In 1950 kwam H. v.d. Draay met de merknaam Lambrilux op de markt.
W. v.d. Burg in Maasland leverde in 1952 Betonlux. Twee andere merken van soortgelijke materialen waren Fortoliet en Majorcirca."
Ook Silexine verf en Hasco zijn soorten betonemaille. 

Henk Visker van Visker Stucadoorsbedrijf Breda in Mebest 2004-2 (p.30-31):
"Ondergrond. Het metselwerk moet zijn opgetrokken uit een harde baksteen, waar een stuclaag van cementspecie een goede hechting op heeft. De stuclaag is opgebouwd uit 3 delen rivier- of maaszand en 1 deel portland cement. Na goed droog te hebben gemengd, water toevoegen totdat deze specie goed versmeerbaar is. Deze moet in een keer (homogeen) worden aangebracht in een laagdikte van 10 - 15 mm, met een houten of aluminium rei vlak afreien en schuren met een houten schuurblok. De inwendige hoeken niet insnijden maar met het houten schuurblok uitschuren. Het geheel lijkt op grof schuurpapier. Wanneer maar een gedeelte van de wand wordt afgewerkt met betonemaille, dan moet de cementspecie ondergrond te zijn doorgezet tot 10 cm. in het bovengelegen muurvlak. Dit om zuiging naar boven tegen te gaan. De topafwerking van het bovengelegen muurvlak, bij de aansluiting aan de betonemaille afwerken.
Betonemaille zelf. De ideale omgevingstemperatuur is 10 tot 15įC, en tocht moet worden voorkomen. Bij een te snelle droging, de betonemaille bevochtigen door middel van een nevelspuit. Indien nodig wordt dit een of meerdere malen herhaald.
Tussenlaag 'killer'. Na droging van de aangebrachte cementspecieondergrond, wordt met een blokkwast een voorstrijk (toen Ďkillerí genoemd) aangebracht. Hierdoor wordt de ondergrond zuigingvrij gemaakt, als de killer droog is besprenkelt men met water de ondergrond. Parelt het water van de ondergrond af, dan is dat het teken dat deze zuigingvrij is. 
Betonemaille is:
- witte cement, bij voorkeur Aalborg of Dijckerhoff
- pasta (naar eigen en geheim recept, echter met de volgende 
3 functies: dat de aangebrachte massa op dikte blijft staan, 
sneller verhard en harder wordt, en voor de glans)
- bij een kleur maakt men gebruikt van aardverven
- en een afwerklaag. 
De samenstelling is 5 delen schoon water, 1 deel pasta, benodigde kleurstof (aardverven). Dit goed doorroeren en hier wordt al roerend 10 delen witte cement aan toegevoegd.
Aanbrengen. Betonemaille wordt aangebracht met een blokkwast. Eerst wordt de ondergrond licht ingesmeerd zodat alle poriŽn gevuld zijn, dan wordt de beton - emaille gelijkmatig opgezet in een laag dikte van 2 tot 4 mm. De structuur kan worden aangebracht door middel van een tamponneerborstel, kokosstoffer, ronde kwast of rubberkam. Men kan aan de aangebrachte beton - emaille ook meerdere kleuren met behulp van een spatmolen toevoegen.
Afwerken. Na droging wordt de betonemaille afgelakt. Tot begin jaren vijftig met een cellulose lak, nadien met een water gedragen lak. 
Betonemaille dient altijd te worden afgelakt.
Op de toppen van de structuur van de betonemaille kan men ook goud of zilver aanbrengen." 


voorbeelden van betonemaille in de capaplast-variant (foto's ruud tesselaar):


betonemaille, uit het vademecum van piet bot (waarschijnlijk werk uit de jaren 1950, gezien de specifieke kleuren groen):


Een decorateur die ook betonemaille uitvoert, is bijvoorbeeld Noir Deco:



Documentatie
- ReliŽfornamenten in Art Deco traphallen (van Claire Fontaine; uit Bulletin 2015-3 van de Belgische Beroepsverenigingen voor Conservators-Restaurateurs van Kunstvoorwerpen BRK-APROA)

- Betonemail gecorrigeerd (uit Mebest 2004-2)


Verg.emaillak, hasco (waar het veel gelijkenis mee heeft).