home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


bekantrechten, kantrechten, kanten

 

bekantrechten

Ook: kantrechten, kantrecht maken, kanten. Bekantrechten is alle gebogen kanten van een plak van een boomstam recht bezagen, ofwel: de gebogen randen van gezaagd hout van een boomstam aan de vier lange zijden zó afzagen dat het hout in doorsnede vierkant of rechthoekig is. 
Vroeger werden de randen met een bijl bijgewerkt zodat een (meer of minder) bekantrechte plank ontstond.
Een onbekantrechte plank is een plak van een boom met de schors er nog aan.


op de kopse kant is aangegeven tot waar de zaag moet gaan bij het bekantrechten (lumbersmith):


twee van de vier zijden zijn hier bekantrecht (lumbersmith):


bekantrecht gestoomd beuken (arnhemse fijnhouthandel):


Het voltooid deelwoord van bekantrechten is bekantrecht. Een enkele keer is sprake van gekantrecht, als voltooid deelwoord van het werkwoord kantrechten dat dezelfde betekenis heeft.

Eng. to square; bekantrecht hout is square-edged timber, square-sawn timber