De beerput
was in vroeger tijden een kelder of verzamelput voor uitwerpselen en
werd achter de huizen aangelegd. Daarnaast werden de putten als vuilnisbak
gebruikt: maaltijdresten, gebroken serviesgoed, glas, tuinafval, kapotte huisraad en andere vuilnis werd tijdens
archeologische opgravingen aangetroffen. De beerput was gewoonlijk
vrij diep, in ieder geval een meter of meer onder de
grondwaterspiegel, om te vermijden dat de stank duidelijk zou zijn
(foto links Erfgoed
Delft).
Tegenwoordig wordt de beerput toegepast bij de intensieve
veehouderij en wel in beton (foto rechts).
Omdat biomethaan een bijproduct is van dierenmest van boerderijen en van rioolafval,
zijn beerputten weer actueel aan het worden als alternatieve energiebron.
De term beerput is afkomstig uit het Middelnederlandse bere
(drek, slijk); bron Etymologiebank.
Verg. groene stroom, kolk,
ontstoppingsput, schrobput,
wolfskuil, molgoot,
pluvetta.
Eng. cesspit, cesspool