In
de Verenigde Staten is in de eerste helft van de 19e eeuw door de introductie van de
zaagmachine het hout in standaardmaten en in kleinere afmetingen
verkrijgbaar. Ook door de fabrieksmatig vervaardigde ijzeren spijkers
wordt het bouwen in hout goedkoper.
Balloon-framing is een vorm van skeletbouw
van regels en stijlen, meestal van hout of lichtmetaal, waarbij de stijlen op betrekkelijk
korte afstand van elkaar worden geplaatst. Het meest kenmerkende is dat de verticale
delen van het skelet meestal van vloer tot zolder doorlopen.
In Noord-Amerika is vakwerkbouw
door het klimaat minder geschikt, waardoor houten huizen voorzien
werden van rabatdelen. Door de betere en goedkopere materialen is men
in Noord-Amerika constructies gaan bouwen waarbij een framewerk
(skelet) werd
samengesteld met om de 30 à 40 cm dunnere balken. Over deze balken
werden vloerhout en rabatdelen gespijkerd, mede voor de vereiste
stabiliteit. Naast houten
De houten delen worden vrijwel overal simpelweg aan elkaar gespijkerd, dus
zonder ingewikkelde houtconstructies. Vrijwel iedereen kan zo een huis bouwen.
Eén van de eerste gebouwen die zo gebouwd werden, is de St. Mary Church in
Chicago: in 1833 bouwde Augustine Deodat Taylor de St. Mary's Church in Lake
Street (Chicago). Hij slaagde erin een kerk te bouwen van ca. 12 bij 8 meter
voor de enorm lage prijs van $400 en maakte daarbij uitsluitend gebruik van
doehetzelf-timmerlui werkten. Door de lichte bouw werd dit met een ballon
vergeleken. (Het waarschijnlijk allereerste huis met balloon-framing is gebouwd
door George Snow, in 1832, aan de Chicago River.) De balloon-methode werd daarna
een veel toegepaste constructiewijze in de woonwijken van Chicago.
Deze methode wordt nog altijd toegepast, in veel landen, in Europa vooral in het
noorden. De Star-frame van Corus
is een nieuwe lichtmetalen balloonconstructie (pdf).
Zie ook houtskeletbouw.