In
de bouwkunde is het balkon een uitkraging
aan een gevel waarvan het bovenvlak
(de balkonvloer) vanuit het gebouw toegankelijk is. Vaak is een balkon
voorzien van een balustrade of
hekwerk.
Meer dan andere delen van een gebouw geeft het balkon en de inrichting
ervan soms iets weer van de aard van de bewoners.
balkons
Het
balkon is een openuitbouw van een gebouw. Een geheel gesloten
uitbouw wordt een erker genoemd,
verg. opdikken (vroeger werd
ook in deze situatie gesproken over een balkon).
De ruimte onder een balkon is "open". Als de ruimte
onder dit deel gesloten is en de rooilijn doorloopt tot einde
balkon, dan wordt het een
terras genoemd als de
ruimte erboven open is, en een loggia
als die ruimte onderdeel is van het gebouw.
Ook de ruimte boven een balkon is meestal "open". Als
die ruimte gesloten is en niet zelf de onderzijde van een balkon is,
en dus onderdeel uitmaakt van de gevel van het gebouw dan is sprake
van een loggia.
Een balkon waar geen of nauwelijks ruimte is om op te staan, wordt een
frans balkon genoemd.
Een balkon dat op dezelfde verdieping doorloopt over alle woningen
wordt galerij genoemd
(meestal is op de galerij de toegang tot de woningen en dus openbare
ruimte, dit in tegenstelling met de meeste balkons van woningen).
Vaak is niet duidelijk of het om een balkon of een andere soort
uitbouw gaat.
De term balkon is via het Franse balcon via het Italiaanse balcone
uit het Langobardische balco ontstaan (relatie met "balk" als uitstekend en
krachtdoorgevend bouwelement).
Zie ook uitbouw.
Eng. balcony