home

discl. / ©, lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


baander

 

baander, mendeur, deeldeur, bansdeur

Een baander is een inrijdeur in een bedrijfsruimte van een boerderij. De baander bestaat uit één deur of een deur uit twee helften en bevat soms een apart toegangsdeurtje (een klinket). Door de mendeuren in kop- of langsgevel van een boerenschuur konden paard-en-wagen beladen met graan naar binnen gereden (gemend) worden. 
De eerste foto toont een baander van een hallenhuisboerderij uit de Achterhoek; de baander is hier aan de korte zijde van boerderij omdat de wagens met oogst de middenbeuk in konden rijden.
Op de onderste foto een zogenoemde zijbaander waarbij de hoge deuren voor de oogstwagens aan de zijkant van de boerderij zijn geplaatst. Het is een detail van een werk van Arie Goedhart


baander van een hallenhuis, achterhoek (landleven):


baander:


baander, arie goedhart (exto):


De term baander is een verholen samenstelling waarvan het bestanddeel -der een verzwakking is van deur en het eerste lid baan te vereenzelvigen is met het dialectische bans en Zuidhollandse boes (koestal); bron Woordenboek der Nederlandse Taal.

Zie ook darsdeur.


2. Een baander is een werkman die bij een touwslager in de lijnbaan loopt. Zie Woordenboek der Nederlandse Taal