home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


architraaf, dragend deel van hoofdgestel

 

architraaf

1. Ook: hoofdbalk, epistyl. De architraaf is het onderste dragende (horizontale) deel in een hoofdgestel. Oorspronkelijk is de architraaf als een soort omvangrijke latei te beschouwen.
De klassieke Griekse bouwmethode noemen we architraafbouw omdat over de kolommen balken werden gelegd die "architraven" genoemd werden. Dit in tegenstelling tot de latere "gewelfbouw" van de Romeinen.


n van de eerste uitingen van een architraaf in de griekse bouwkunst, de leeuwenpoort in mykene: een architraaf met erboven een enorme steen met een afbeelding van leeuwen in relif:


een architraaf van het parthenon in athene,  bestaande uit de fascia en de taenia:


een romaans zuilenportaal (ca. 1080) in san quirino d'orcia, itali, waarbij de architraaf een relif met een gevecht tussen twee krokodilachtige monsters (copyright pillole d'arte):

 

een boogveld boven en gedeeltelijk op de dunne architraaf boven het raam van de willem ii-straat 40 in tilburg; "de beeldhouwer petrus van tielraden heeft hier op zinnebeeldige wijze de architectuur en de beeldende kunsten voorgesteld (foto paul van de sande, 1985, coll. rhc tilburg)."


De term architraaf (hoofdbalk) is afkomstig van het Italiaanse architrave, van het Griekse archi (voornaamste) en trave (balk), uit het Latijnse trabem, 4e naamval van trabs (balk); bron Etymologiebank.

Met dank aan o.m. Historie Tilburg.

Zie ook Griekse bouwkunst.
Verg. archivolt.

Eng. architrave, epistyle


2. Soms wordt de term architraaf gebruikt als benaming voor de bovenlat of zelfs het lijstwerk (de koplatten) van een raam- of deurkozijn.
Zie o.m. MooiePlinten.

Eng. architrave