De
etymologie van architect vanuit het Grieks laat zien dat het woord
bestaat uit twee concepten: archè of arkhi (begin, eerste,
opper-) of arkhon (heerser) en technè of tekton (timmerman). Een architect is dus
de "initiatiefnemer tot de bouw", degene die aan het begin staat van
de uitvoering van een gebouw.
De architect is deskundig op esthetisch en technisch gebied, degene die
architectuur bedenkt, plant en laat uitvoeren.
De architect vertegenwoordigt de opdrachtgever tijdens
het gehele bouwproces. Hij verzorgt bijvoorbeeld het
ontwerp, maakt het bestek en de tekeningen, stelt de
kostenbegroting op, verzorgt de aanbesteding (welke aannemer het
werk gaat maken), houdt soms toezicht op de uitvoering, pleegt overleg met de verschillende instanties.
Vaak schakelt de architect een bouwkundig ingenieur of constructeur
in voor de
diepgaander technische aspecten. Een treffende uitspraak is:
"Architecten bouwen niet, zij ontwerpen", maar ook: "De architect
beheerst de ruimtelijke organisatie". Nog zo'n tegeltjesspreuk,
maar wel treffend: "In de architectuur gaat het om het creëren van
ervaringen door middel van massa en ruimte."
Ondanks devaakwollige taal waarmee architecturale
keuzen worden verklaard, lijkt het gelukkig of de architect altijd
zoekend blijft, nooit echt volwassen wordt, maar daardoor juist soms naïeve,
onbevangen, ontroerende, interessante uitingen heeft. Soms zijn de ontwerpen ook
opzettelijk "anders", maar vaak ook gewoon een afweging tussen
functioneel en kunstzinnig, tussen nuttig en decoratief, tussen modern en
romantiserend. Het architectonisch ontwerp als resultante is vaak een
afspiegeling van de "tijdgeest", in engere zin mode te noemen, in
bredere zin stroming of bouwstijl.
Prof. dr. Nico Nelissen plaatst architectuur in een "octogoon"
(achthoek) van elementen die bij elk project een rol spelen:
opdrachtgever,
programma van eisen, site (locatie), wet- en regelgeving, materialen
en techniek, kosten, ecologische aspecten en vormgeving.
Elk element
staat niet op zichzelf, maar bevindt zich in een maatschappelijke,
culturele en economische context. Vaak zal de architect daarom strijd
moeten voeren om tot het voor hem beste resultaat te komen. Niet
altijd is dat het beste voor de opdrachtgever of de gebruiker. Architecten die alleen
maar het beste met de mensheid voorhebben,
worden utopisten genoemd (utopisten zijn mensen met vergaande idealen die deze in zo ver mogelijk detail wil uitvoeren).
In de Japanse cultuur krijgt architectuur een andere
dimensie. Binnen deze cultuur betekent "Ma" ruimte, maar meer dan alleen de geologische ruimte
(waar in het Westen naar gerefereerd wordt met onze term "ruimte"): ook het
ervaren van die ruimte door de mens valt in de Japanse cultuur namelijk onder dit
begrip, de
omslotenheid,
beslotenheid, geborgenheid. Architectuur is in de Japanse
cultuur de kunst van het creëren van een specifieke Ma in
zijn uiteindelijke fysieke vorm.
Een oude term voor architect is bouwmeester; naast
"creatieve ontwerper" was deze ook bouwtechnisch bezig en hield ook
toezicht op de bouw (dat laatste zou wellicht het aantal bouwfouten
en daarmee de faalkosten
kunnen verlagen, maar het kan ook het vrije, onbegrensde denken van de
architect tegenhouden...).
Verandering van de rol van de architect
Door de financiële crisis is de bouwsector aan het veranderen van een
aanbodgestuurde naar een vraaggestuurde markt: opdrachtgevers en gebruikers zijn
steeds meer betrokken bij de bouw. Technische hulpmiddelen om de klant een beeld
te geven van een nog te bouwen bouwwerk zijn driedimensionale ontwerpen en zelfs
virtuele wereld waardoor de opdrachtgever of gebruiker door dat bouwwerk kan
lopen.
Mede daardoor is er een terugverandering merkbaar van de rol van "de" architect
van ontwerper naar bouwmeester:
- door de financiële crisis wordt minder gebouwd; de architect kan op meer
vlakken zijn kennis en kunde bewijzen en is met meer partijen in gesprek
- door de gecompliceerdheid van veel bouwprojecten (en van de wetgeving, ook in
internationaal verband) moet een architect van meer deelgebieden verstand hebben
- de architect is wellicht de enige die het geheel van een groot bouwproject kan
overzien, zonder echt van alles diepgaande kennis te hoeven hebben;
overredingskracht en vasthoudendheid die veel architecten eigen zijn, kunnen
hier goed gebruikt worden
- de architect heeft "creativiteit met gevoel voor realisme" (Archivolt
bouwkundig ontwerpbureau)
-
"het ontwerpen van iconen staat minder op de agenda dan enige jaren
geleden" (de olifantenkooi)
- "het beter op de hoogte zijn van elkaars werkwijze in de beroepspraktijk
kan vernieuwende concepten en strategieën opleveren" (de olifantenkooi)
- BIM kan voor de architect (en de andere
partners in de bouwwereld) zijn wat MS-Word of Excel is voor de leek: misschien niet
altijd ideaal maar wel een vanzelfsprekendheid
- in de wat verdere toekomst wellicht: om goede beslissingen te nemen bij de keuzes van
meer plug-in-bouwelementen ("maximaal prefabben",
bouwdelen die op locatie meer of minder automatisch ingesteld kunnen worden) luistert de architect naar de wensen van de
opdrachtgever en is meer een slimme en afwegende samensteller dan een
kunstenaar/ontwerper.
Een verhaaltje van Sjoerd Soeters dat hij aan studenten voordraagt, wat
gechargeerd maar wel herkenbaar (bron Cobouw
5 mei 2011)
"Er staat een man in het landschap naast een steen. De steen is een zitplek. Naast de steen staat een boom, deze geeft schaduw. In de wolken zijn de goden. De basisvraag voor een architect is: hoe ga je deze man een woonplek geven? Er zijn twee soorten architecten.
- De eerste is de architect-god: hij smijt een geniaal plan omlaag uit de wolken, de man moet het ermee doen.
- De tweede is een mens die naast de man op de steen gaat zitten en vraagt: 'Wat heb je nodig.'
De eerste architect is de creationist, deze maakt esthetische plannen, doodse plannen die na 30 jaar rijp zijn voor de sloop. De tweede architect is de darwinist, hij gaat kijken naar de verlangens, onderzoekt alles wat nodig is, maakt een voorstel, onderzoekt verder, tot alle wensen optimaal vormgegeven zijn. De belangrijkste vraag van de tweede architect is: hoe breng ik het tot leven, op zo'n manier dat het eindeloos door kan ontwikkelen."