home

discl. / , lid NVJ

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


aantrede

 

aantrede 

1. De aantrede is de afstand van de voorkant van een traptrede tot aan de voorkant van een volgende traptrede.  De aantrede is dus niet per definitie de afstand tussen rand (puntje van de neus) en het stootbord: vaak is deze afstand groter dan de aantrede, omdat de trede vaak iets uitsteekt boven de eronder liggende trede en omdat het stootbord vaak een beetje schuin loopt om meer ruimte te hebben voor de voet die op de trede stapt. De aantreden is daarmee de nuttige breedte van een traptrede (let op: de tredebreedte is de afstand van puntje neus tot stootbord).

Bij gedraaide trappen en spiltrappen wordt gesproken van verdreven treden. Bij deze treden wordt de aantrede naar de spil (het midden van de trap) toe kleiner, omdat deze trappen treden hebben die naar het middelpunt (de spil) toe smaller worden. 
Dit in tegenstelling met een steektrap, die uitsluitend rechte treden heeft, dus een constante aantrede over de breedte van de trede.



Afbeeldingen: vele afbeeldingen en trapkenmerken, van ir. Chr. Decaesstecker van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB).
Meer gegevens bij trap.
Eng. aantredediepte (afstand) is going; trede is tread; verhouding optrede/aantrede is riser/tread ratio


2. De aantrede is ook het oppervlak van de traptrede waarop de voet rust.