warmte-koude-opslag

Ook: WKO, KWO. Bij warmte- en koude opslag wordt grondwater in de dieper liggende bodem benut als energiebuffer. Waterhoudende grondlagen (aquifers) laten zich uitstekend gebruiken om warmte en koude op te slaan. 

Met een warmtewisselaar (warmtepomp) wordt in de winter het koude water in een koudwaterlaag in de bodem, de "koude bron", geïnjecteerd en in de zomer het opgewarmde koelwater in de warmwaterlaag, de "warme bron". Door het koude water 's zomers naar boven te pompen wordt zo het gebouw gekoeld. Omgekeerd wordt in de winter het warme water opgepompt om voor verwarming te zorgen. 
Het onttrokken grondwater wordt steeds weer geïnjecteerd, zodat er geen grondwater wordt verbruikt. Er zijn systemen met twee aparte putten voor koud en voor warm water (doubletsystemen), maar er zijn ook monosystemen die van één put gebruikmaken en waarbij de lagen onder elkaar liggen.

Documentatie
- Werking van warmte-koude-opslag (demonstratie, filmpje) van Geocomfort

- Documentatie wko GM10, GM12,5 en GM15 van Geocomfort


warmte-koude-opslag, monosysteem, situatie in de winter (geocomfort; klik op de afbeelding voor groter):


warmte-koude-opslag, monosysteem, situatie in de zomer (geocomfort; klik op de afbeelding voor groter):


warmte-koude-opslag, doubletsysteem,  figuur zomer winter (geocomfort; klik op de afbeelding voor groter):


warmte-koude-opslag, figuur winter zomer (schreuder):


Opslag van thermische energie (warmte- en koudeopslag, WKO, of koude- en warmteopslag KWO) gedurende een seizoen maakt het zo mogelijk voor een aanzienlijk deel in de vraag naar warmte en koude te voorzien. Met de opslag van koude en warmte in de bodem zijn zeer forse energiebesparingen van 50% tot 80% te bereiken (bron NVOE). De verwarming zal wellicht nooit voldoende zijn, daartoe moet bijverwarming plaatsvinden.

Als bij opslag van warmte en koude in de bodem gebruik gemaakt wordt van het grondwater dan is sprake van een open bronsysteem. Een open systeem zal alleen nuttig zijn bij een grotere energiebehoefte i.v.m. de grotere energieopslag, de kosten, vergunningen, procedures e.d.   
Bij een gesloten bronsysteem is het te verwarmen of te koelen medium in "reservoirs" opgenomen die alleen in verbinding staan met de rest van het energiesysteem. 
 
Aspecten die de problematiek van warmte- en koudeopslag aangeeft bij open wko-systemen:
- geen geschikt watervoerend pakket in de bodem
- er mogen geen grote grondwaterstromen zijn; dan verdwijnt het warme of koude water immers
- drinkwaterbescherming in de nabijheid kan opslag in de bodem beletten
- bestaande bodemverontreiniging mag niet verspreid worden door het wko-systeem
- geografische en juridische problemen, zeker wanneer het aantal installaties met warmte-koude-opslag sterk toeneemt: wat doe je als ondergrondse warmte- en koudebronnen te dicht bij elkaar liggen en elkaar door interferentie ongunstig beïnvloeden? wie is verantwoordelijk?

Een ander aspect is dat een grote hoeveelheid water nodig is om de warmte (of koude) in op te slaan. Bij gebruik van een andere stof dan water kan dat volume aanzienlijk worden teruggebracht. Zulke materialen zijn bijvoorbeeld magnesiumsulfaat, zeolieten of silicagel: soms wordt "warmte" opgeslagen door veranderen van fase van de stof, soms door adsorptie (het in zeoliet aanwezige water verdampt of slaat juist neer).
Het grote voordeel van magnesiumsulfaat is dat het volume nog niet 1/10 kan zijn van dat van water, wat bij een rijtjeshuis opslag in of onder de kruipruimte mogelijk maakt. Ook zijn er dus geen waterbuffers diep in de bodem vereist. Er is berekend dat bij een doorsneehuis een volume van 4,5*4,5*4,5 m water nodig is; bij toepassing van magnesiumsulfaat i.p.v. water kan dat dus 4,5*4,5*0,45 m zijn wat, met goede isolatie, redelijk gemakkelijk onder een normaal huis past. Reden: de capaciteit aan warmteopslag van water is 240 MJ/m3 en van magnesiumsulfaat 2,8 GJ/m3 (2800 MJ/m3).
Bij een dergelijke opslag is dus sprake van een gesloten bronsysteem. Vanwege de temperatuur van het medium, de ligging als onderdeel van de woning of dicht bij de woning en de kans op bacteriën e.d. is hier een gesloten reservoir nodig.

Hoewel wko inmiddels een bewezen techniek is, blijkt toch dat er regelmatig wko-projecten mislukken (zie de noten bij het trefwoord warmtepomp; de grondlaag voor opslag van warmte of koude is niet geschikt, er wordt bijvoorbeeld te weinig water opgepompt, de installateurs zijn niet vakkundig, de warmtepomp is ongeschikt, de filters raken steeds verstopt enz.). Faalfactoren en andere aspecten van wko zijn o.m.:
- er is onvoldoende (voor)onderzoek gedaan naar de bodemlagen (te weinig geïnvesteerd in onderzoek)
- opdrachtgevers denken, door de zucht naar energiebesparing en duurzame energie, te simpel over wko en willen aan onderzoek weinig uitgeven
- adviseurs zijn te positief over de mogelijkheden (bijvoorbeeld de laag voor warmte- of koudeopslag is te dun waardoor geen uitwijk naar diepere, wel geschikte lagen mogelijk is)
- adviseurs zijn te "vergeetachtig" als het om installatie- en onderhoudskosten gaat (het onderhoud van een wko-installatie is aanzienlijk duurder dan van een cv-ketel)
- installateurs zijn niet vakkundig genoeg (op het MBO wordt teveel gewerkt aan competenties en te weinig aan vakmanschap; vakmanschap lijkt soms wel een vies woord geworden te zijn, terwijl vakmanschap juist de hoeksteen is van de techniek; op het HBO kiest men teveel voor managementopleidingen omdat men daar, wonderlijk genoeg, meer mee verdient)
- "soms is de warmte uit de wko slechts voldoende voor 20% van de benodigde warmte in de winter (Bibliotheek TU Delft); veel andere wko's slagen er ook niet in 's winters evenveel energie aan de bodem te onttrekken als er in de zomer aan toegevoerd wordt; het nuttig gebruik van warmte uit wko-installaties zal dus veel groter moeten zijn dan nu bij veel projecten is gerealiseerd, dan hoeft men ook geen warmte meer via koeltorens te laten verdwijnen" (ing. P.F. van Gent, 2011)
- "veel wko-installaties zijn niet goed omdat de infiltratietemperatuur in de winter te laag gekozen wordt; daardoor zijn er te weinig uren met een buitentemperatuur die laag genoeg is om koud water te laden" (ing. P.F. van Gent, 2011)
- "er wordt soms twee maal zoveel warmte aan de bodem onttrokken dan er wordt toegevoerd; er is dus meer warmte opgenomen dan geladen met als gevolg dat de bodem structureel wordt afgekoeld en het nuttig effect van het wko-systeem steeds verder vermindert"
- een realistische berekening is dus pure noodzaak en het betekent dat het te verwarmen en te koelen gebouw er speciaal op moeten worden "ingericht" (in ieder geval meer isolatie, richting kaswoning of  passiefhuis wellicht)
- proefboringen blijven proefboringen
- uitvoerders hebben (nog) niet genoeg ervaring; het lijkt soms alsof  het wiel steeds weer moet worden uitgevonden door de ingenieursbureaus; hoe moeten we een wko-installatie optimaal inrichten?

De provincies kunnen aanvullende eisten gesteld hebben, bijvoorbeeld dat bij een open wko-systeem de te ontrekken hoeveelheid grondwater ten hoogste 10 m3 per uur mag zijn en dat de capaciteit een gesloten wko-systeem maximaal 70 kW mag bedragen. Er zijn gebieden aangegeven waar wel, misschien en geen wko-systeem mag worden opgesteld: resp. het groene, oranje en rode gebied (documentatie Provincie Drenthe).

Boringen ten behoeve van wko dienen te worden uitgevoerd conform de voorwaarden van de Nederlandse Vereniging van Ondergrondse Energieopslagsystemen (NVOE).


warmte-koude-opslag, boren (borsboom):


warmte-koude-opslag, verwarming en koeling (innogrow):


Met dank aan TNO, Aeneas, Borsboom Grondwatertechniek, Factorium, GeoComfort Koeling en verwarming uit de bodem, Bodembelang, Technisch Weekblad en ing. P.F. van Gent.
Zie ook bij groene stroom, kaswoning.
Verg. betonkernactivering (BKA) als andere energiezuinige methode om van "warmte en koude" gebruik te maken om de temperatuur van de ruimte aan te passen.
Verg. aardwarmte.
Eng. heat cold storage