| |
1.
Het val is de overspanningsconstructie ("klep") van een hefbrug
of ophaalbrug (zie aldaar). Hier wordt gesproken over "het val".
Eng. flooring
2. De val is het valluik of de valdeur. Hier wordt gesproken over "de val".
3. De val is de totale horizontale lengte die men bij een trap kan benutten ofwel de projectie van de trap op de vloer.
![]() |
Zie trap,
voorbeelden van trappen
en bijvoorbeeld vele
afbeeldingen en trapkenmerken (pdf van ir. Chr. Decaesstecker
van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf WTCB).
4. Val in de betekenis van een dijkval of oeverval: plotseling bezwijken van een oever doordat een gedeelte of het geheel van de oever afschuift. Het afschuiven van de oever kan plaatsvinden door een "zogenoemde zettingsvloeiing, d.w.z. het verschijnsel dat een verzadigde grondmassa zich gedraagt als een vloeistof als gevolg van het wegvallen van de korrelspanning".
oeverval, dijkval van de leendert abrahampolder, oosterschelde linkeroever, noord beveland (beeldbank rws): ![]() |
Met dank aan Aquo informatiedesk
standaarden water, Beeldbank
RWS, Kennisbank
Waterbouw.