| |
Mergel
is een natuursteen die in de laatste
periode van het Krijt (bv. het Maastrichtien) in een ondiepe zeer werd afgezet
als een laag kalksteen. Mergel is een sedimentair
gesteente (afzettingsgesteente). Afhankelijk van de locatie bevat de mergel
een andere verhouding van kalk met klei, leem
of zand.
Mergel is een vettige, zeer vruchtbare grond/steensoort. De bekendste mergel bevat de zachte
fijnkorrelige geelwitte kalksteen, die geschikt is voor de bouw en toegepast
wordt voor decoratieve elementen. Deze mergel bevat ca. 91-98% kalk en ca. 2-9% zand.
"Voordelen van mergel als bouwmateriaal en als duurzaam
product:
- mergel heeft een drukvastheid ca. 25 kgf/cm2 (ca. 2,5 MPa of N/mm2)
- mergel gaat condensvorming tegen
- mergel is enigszins geluidwerend (door het poreuze karakter waarschijnlijk)
- het is een natuurlijk materiaal, zonder ziekmakende additieven
- door het grote bestanddeel kalk kan "zaagsel" van mergel
bijvoorbeeld over het land gestrooid worden (op het land heeft het dezelfde
toepassingen als kalk)."
Mergel wordt nog wel gebruikt bij de productie van cement,
maar daarvoor zoekt men vervangers.
Wanneer het bestanddeel klei onderdeel uitmaakt van mergel, en door het poreuze
karakter van deze mergel, is deze gevoelig voor erosie.
Mergelsteen die voor de bouw wordt gebruikt (vaak restauraties)
schijnt het beste te worden verkregen uit de groeve bij Sibbe in Zuid-Limburg
(de Sibbergroeve).
blokken mergel (sibber blokken) bij mergelspecialiteitenbedrijf f. rouwet: ![]() |
een kijkje in de mergelgroeve van sibbe (mergelspecialiteitenbedrijf f. rouwet): ![]() |
mergel van maastricht, aan de oppervlakte: ![]() |
fossielen in mergel (wolverlei): ![]() |
Eerdmergel is kalkhoudende löss. Keimergel
is kalkrijke keileem.
Bekend zijn de Zuid-Limburgse en Belgische mergelgroeven (abusief "mergelgrotten"
genoemd), met omvangrijke gangenstelsels.
De term mergel is ontleend aan het middeleeuws Latijnse margila
(mergel), dat moet teruggaan op een Keltisch woord, bv. het Gallisch margila. Plinius de Oudere zegt
in zijn Naturalis historia (17, 42) van het Latijnse marga
(mergel) uitdrukkelijk dat het een Gallisch woord is. De Kelten waren de eersten die bemesting met mergel toepasten. Zoals uit het citaat van 1280 blijkt, werd dit ook in Nederland gedaan.
Bron Etymologiebank.
Afbeeldingen o.m. Natuurinformatie,
Wolverlei en Mergelspecialiteitenbedrijf
F. Rouwet.
Zie ook kalksteen en kalk.
Eng. marl, marlstone