| |
Een
lei is een deel van een gekliefde plaat van leisteen of kwartsiet,
onder meer toegepast als vloerbedekking, dakbedekking
en gevelbekleding.
Lei of leisteen is ook de benaming voor het gesteente,
het materiaal waaruit de leien bestaan.
de gelaagdheid van leisteen waaruit leien worden gespleten: ![]() |
![]() |
Gereedschappen
Door middel van een leihamer en een leibrug worden de leien op maat
gekapt. (Het kapijzer
(kapbrug, leidekkersaambeeld) is vergelijkbaar met de leibrug.)
De leien worden bevestigd met een leihaak,
om wegroesten te vermijden bij voorkeur van messing
of rvs.
Met de rooihaak worden, bij bv. restauraties,
de spijkers uitgetrokken die de leien op een dak houden.
De ladderhaak is een haak
waar de ladder van de leidekkers of andere dakdekkers aan bevestigd kan
worden (valbeveiliging).
Etymologie
Het woord
lei is beperkt tot het Nederlands en het Duits en is waarschijnlijk afkomstig uit het belangrijkste wingebied van het gesteente in deze regio, het Rijnlandse Leisteengebergte, waar zich ook de bekende rots Loreley bevindt. Vermoedelijk is het een oud leenwoord uit Gallisch
lei. Ontlening uit het Gallisch wordt ondersteund door het Oudierse lie, lia
(steen). Bron Etymologiebank.
Leidekkers zijn o.m. Koenders
leidekkers, Ridder
leidekkers, Van
Wely leidekkers, Leidekkersbedrijf
Schiltz, Jobse
leidekkers/loodgieters.
Afbeelding o.m. About.
Zie verder op de leisteenpagina.
Eng. slate