| |
Ook:
piping. "Kwel
is grondwater water dat door natuurlijke of kunstmatige hoogteverschillen in grondwaterspiegels door dijken of doorlatende ondergrond in polders terecht komt. Kan plaatselijk aan de oppervlakte treden.
Wanneer de dijk teveel water doorlaat ontstaat kwel. Deze situatie heet onderloopsheid.
Zout grondwater komt door kwel aan de
landzijde van de dijk aan de oppervlakte. Kwel is ongewenst, want door de druk
van het water kan de kleilaag van de dijk aangetast worden. De dijk kan hierdoor
bezwijken."
Kwelwater is water dat door bv. een dijk heen
sijpelt, maar het kan ook vanuit zee kilometers onder waterdichte lagen
door stromen.
Kwel van zout water is een gevaar voor de landbouw omdat zout water fataal is
voor de meeste gewassen.
Kwelschermen zijn schermen die worden toegepast het afdichten van dijken, dammen en verdiepte
snelwegen, maar ook voor het isoleren van bv. vuilstortplaatsen.
Een kwelder is een buitendijks land langs de zeekust dat begroeid is met zoutminnende flora en dat alleen bij zeer hoge vloed
overstroomt; een kwelder wordt ook schor of gors genoemd.
![]() |
kwelschermen: ![]() |
![]() |
kwelscherm bij een leidingdoorvoer door een damwand (het scherm voorkomt dat het kwelwater een buis of leiding volgt, waardoor er een lekkage ontstaat): ![]() |
Het woord kwel (het doordringen van water) komt
van het werkwoord kwellen (doorsijpelen, uit de grond
opwellen), ontstaan uit het Middelnederlandse quellen (opwellen,
opborrelen; in het Middelnederduits opzwellen, opspringen van vreugde (van het
hart)). Het woord kwelder is waarschijnlijk een afleiding van kwellen; de betekenis is dan
"grond waar veel water opwelt of doorsijpelt, moerassig land". Bron
Etymologiebank.
Met dank aan Digischool,
Natuurinformatie, Cofra
en Rofamé.
Zie ook permeabiliteit (doorlatendheid),
geolock, folieconstructie.
Eng. seepage, exfiltration