Artikel van Jan den Boer over stedenbouwkunde in Cobouw van 13 juli 2010
De moderne stad is een vergissing
DEN HAAG - Tot de dag van vandaag functioneert het dogmatisch modernisme als een soort politbureau in Nederland. Maar er komen steeds meer hybriden, zoals Pi de Bruijn. Hij vertelt zijn levensverhaal als ontwerper, dat te lezen is als een geschiedenis van de architectuur in Nederland van de afgelopen 50 jaar.
Het is 2010 in ons rijke, cultureel hoogontwikkelde, tolerante en democratische land. Op architectuurgebied verschijnen prachtige boeken. De architectuur vakpers komt met uitgaven zoals Architectuur in Nederland, Jaarboek 2009/10, met vrijwel uitsluitend neomodernistische architectuur. Hans Ibelings en Vincent van Rossem publiceerden het boek De nieuwe traditie, met uitsluitend traditionalistische architectuur. Heftige discussies worden in de media uitgevochten, waarin traditionalisten de gevestigde orde beschuldigen van uitsluiting. De architectuur elite slaat terug met verwijten van populisme en alles wat populistisch is is fout en hoeft dus niet serieus te worden genomen.
Volgens de architect Pi de Bruijn is in Nederland nog steeds sprake van een fundamentalistische tweedeling, waarbij het politbureau van de neo-modernisten alles bestrijdt wat niet aan de dogma's voldoet. Hij ondervond zelf wat het betekent om zich hieraan te onttrekken toen hij zijn modernistische geloof opgaf en het Tweede Kamergebouw ontwierp, dat volgens groot inquisiteur Geert Bekaert in Archis vanwege zijn hybride gedachtegang moest worden verworpen. Het verhaal van Pi de Bruijn als architect is eigenlijk een bijzonder persoonlijk verhaal waarin de geschiedenis van het modernisme in de Nederlandse architectuur heel voelbaar wordt. Hij studeerde van 1960-1967 in Delft. De hardline modernisten waren daar aan de macht. Dissidenten werden aan de kaak gesteld in het blad Delfsche School, in een bijna inquisitie-achtige stijl. Het modernisme werd er bij de studenten ingestampt, je moest wel zuiver op de graat zijn. Volgens De Bruijn is dit virus tot de dag van vandaag nog aanwezig in Nederland.
Hij is opgegroeid in die sfeer, stond aan de 'goede kant' en geloofde
in die in het socialisme gewortelde idealen. Bij de gemeente Amsterdam werkte
hij mee aan de Bijlmermeer, hij geloofde erin en heeft er ook lang gewoond.
Zijn eerste ontwerpen als architect waren ook modernistisch, maar hadden ook
al een emotionele lading. De grote doorbraak kwam met het ontwerp van de
Tweede Kamer. Vanuit de modernistische visie waren de oude gebouwen vijanden
die moesten worden gesloopt. De Bruijn: "De modernist denkt de hele dag:
'Ik haat die oude troep', ik had dit nog niet helemaal afgeschud, maar
ontdekte dat oude gebouwen prima gebouwen zijn: een aha ervaring".
Naarmate hij het gebied beter bestudeerde leerde hij deze gebouwen als vriend
te zien. Hij sloot zich een jaar af voor de wereld om zich heen en verdiepte
zich helemaal in het ontwerp. Hij brak radicaal met de partijlijn van het
modernisme. Dit Tweede Kamergebouw was niet alleen een belangrijke omslag in
zijn persoonlijk ontwerpvisie, maar ook in de architectuurgeschiedenis van
Nederland.
Het gebouw kreeg grote bijval van het publiek en werd afgemaakt door het
modernistische 'politbureau', onder meer bij monde van hun blad Archis. Die
houding van collega's en critici heeft hem wel geraakt, maar uiteindelijk
heeft hij de kritiek ook als een soort geuzenhouding kunnen zien, hij had zich
losgemaakt van de dogma's om echt aan een vitale stad te kunnen gaan werken.
Hij kreeg veel opdrachten waarin hij steeds meer vanuit de context ging werken
en daarbij de vormentaal kon toepassen die daarbij passend was. De
Bruijn stelt dat het grootste probleem van het modernisme op stedenbouwkundig
vlak ligt. De moderne stad met zijn functiescheiding is verleden tijd.
Toepassing van die principes in deze tijd is een grote vergissing. Hoe kon
dit in Nederland zo in stand blijven? De Bruijn:
"De bouwkolom in Nederland is verkleefd, veel belangen gaan samen in een
groot monsterverbond van bouwers, ontwikkelaars, architecten, ambtenaren,
welstandscommissies en critici. Het resultaat is meestal voorspelbare
eenheidsworst, gebaseerd op het vage begrip haalbaarheid. Dat is vaak een vorm
van terreur gebaseerd op drogredenen".
Nieuwe vitale stad volgens principes van de middeleeuwse stad
Met zijn kritiek op het modernisme kiest De Bruijn echter niet voor de tegenstelling van het traditionalisme. Hij wil juist af van deze heilloze tegenstelling en met hem vele andere architecten, ontwikkelaars en deskundigen die ik de afgelopen tijd gesproken heb. Het zoeken is naar een nieuwe vitale stad die gebaseerd is op de gelaagde en geslaagde stedenbouwkundige principes van onze middeleeuwse steden - die veel duurzamer zijn - en die zich verbindt met moderne inzichten, technieken en ontwerpmethoden.
Jan den Boer
Stedenbouwkundige en filosoof